Door Rinke van den Brink
Huisartsen zijn in spoedgevallen onacceptabel slecht bereikbaar. Dat zeggen de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en de Nederlandse Patiënten en Consumenten Federatie (NPCF). Beide organisaties hebben samen onderzoek gedaan naar de bereikbaarheid van huisartsen tijdens kantooruren. Ook in niet-spoedgevallen is de bereikbaarheid van huisartsen slecht.
Meer dan een kwart van de bellers krijgt geen gehoor op de spoednummers van huisartsen. Aan het eind van de middag loopt dat op tot veertig procent van alle bellers. Bovendien hebben veel huisartsen geen spoednummer of zijn deze nummers niet bekend bij de patiënten. Dat geldt voor ruim de helft van de bellers. En in zeventien procent van de gevallen staat er een antwoordapparaat op het spoednummer. IGZ en NPCF vinden dat huisartsen in spoedgevallen binnen dertig seconden de telefoon moeten opnemen. In ruim een derde van de gevallen lukt dat niet.
In niet spoedeisende gevallen gaat het niet beter. Veertig procent van de bellers moet langer dan tien minuten wachten voor ze iemand aan de lijn krijgen. IGZ en NPCF vinden dat niet spoedeisende telefoontjes binnen twee minuten opgenomen moeten worden, maar de helft van alle bellers moet langer wachten.
Extra geld
De Landelijke Huisartsenvereniging (LHV) onderschrijft dat de bereikbaarheid van de huisartsen verbeterd moet worden, maar de huisartsen willen daarvoor wel extra geld hebben. Daarom zijn we verbaasd , zegt een LHV-woordvoerder, dat er in de onderhandelingen die we op het ogenblik voeren, eerder sprake lijkt van een verlaging van de tarieven voor 2009, dan dat er extra geld bij komt. En dat is toch echt nodig.
Huisartsen krijgen nu een fulltime doktersassistente vergoed in hun tarief. Maar die werkt maar achtendertig uur terwijl een huisartsenpraktijk gemiddeld vijftig uur open is per week. Volgens de LHV zou elke huisarts 1,6 assistentes vergoed moeten krijgen. Assistentes hebben tegenwoordig ook veel meer taken dan alleen de telefoon opnemen.
"De huisartsen krijgen nu een jaar de tijd om hun bereikbaarheid te verbeteren", zegt inspecteur generaal voor de gezondheidszorg Gerrit van der Wal. "Daarna moeten alle telefoontjes binnen twee minuten worden beantwoord en de spoedtelefoontjes binnen een halve minuut." Na dat jaar gaat de IGZ strenger controleren en handhaven. Sancties kunnen zijn openbaarmaking, een aanwijzing (soort dwangbevel om iets te doen) of een klacht bij de tuchtrechter.
Internet
IGZ en NPCF willen dat huisartsen beter gebruik gaan maken van ict. Bijvoorbeeld door internet te gebruiken voor het maken van afspraken en het aanvragen van herhalingsrecepten. Verder zouden de huisartsenpraktijken, voor zover ze die nog niet hebben, moderne telefoonapparatuur en applicaties (bijvoorbeeld doorschakelsystemen) moeten gaan gebruiken. "Dat vermindert de drukte aan de telefoon, zodat bellers minder lang hoeven te wachten", zegt Atie Schipaanboord, de adjunct-directeur van de NPCF.
Schipaanboord is verrast door de omvang van de problemen met de bereikbaarheid van huisartsen. "We wisten dat het niet helemaal goed zat, maar dat het zo erg was, verraste ons", zegt ze. De NPCF-bestuurder denkt niet dat er directe gezondheidsgevolgen zijn door de slechte bereikbaarheid van de dokters.
"Maar er is wel sprake van angst, paniek en irritatie. Mensen gaan vervolgens gewoon 112, de ambulancedienst of de spoedeisende hulp bellen of rijden daar naartoe. Of ze belanden 's avonds bij de huisartsenpost omdat ze overdag geen gehoor krijgen. Dat legt op die diensten extra druk, terwijl dat lang niet altijd nodig is. En het kost meer geld. Als we inderdaad willen dat de huisarts de basis is van de hele gezondheidszorg, met als functie ook het voorkomen van het onnodig gebruik van duurdere zorg, dan moet je er wel voor zorgen dat die huisarts optimaal bereikbaar is."

»
»
»