Het begin van elke week staat in de omgeving van de Veemarkthallen in Utrecht in het teken van de automarkt die daar op dinsdagochtend wordt gehouden.
Al in de loop van maandag brengen autohandelaren uit landen als Polen en Wit-Rusland picknickend en slapend de tijd door tot ze de volgende ochtend zaken kunnen doen. Dat ze van zover komen wil wat zeggen: de Utrechtse automarkt is de grootste van Europa.
Over enkele jaren zal dat verleden tijd zijn. De gemeente wil de Veemarkthallen slopen om er huizen te bouwen. Vanavond neemt de gemeenteraad een besluit over het gebied.
Oldtimers
Autohandelaren hebben aangekondigd vanavond te demonstreren door met auto's, waaronder oldtimers en trailers, door het centrum van de stad te rijden. Rond acht uur verzamelen ze zich rond het stadhuis om de gemeenteraadsvergadering bij te wonen.
Het principebesluit dat de Veemarkthallen moeten wijken voor woningbouw is al in 2005 genomen. Het was de bedoeling om elders in de omgeving van Utrecht een alternatieve marktplaats in te richten, maar de gemeente is van dat voornemen afgestapt.
Onbetrouwbaar
De handelaren nemen dat het stadsbestuur kwalijk. "Het is de laatste jaren moeilijk zaken doen met de gemeente, het is een onbetrouwbare partner", zegt Patric Visser, bestuurslid van de belangenclub van autohandelaren.
Volgens wethouder Robert Giesberts zou een nieuwe markt 44 miljoen euro kosten. Het college van B&W vindt dat te duur. De automarkt hoeft wat het college betreft ook niet in Utrecht te blijven. "Daar komt bij dat een ander terrein in Utrecht niet beschikbaar is."
Open lucht
De automarkt maakt een omzet van anderhalf miljard euro per jaar. Volgens Visser zijn 500 handelaren bij de marktorganisatie geregistreerd, maar is het aantal gedupeerden veel groter.
Eerder deze week protesteerden ook veehandelaren tegen de sloop van de hallen. De wekelijkse veemarkt wordt binnen gehouden, in tegenstelling tot de automarkt die in de open lucht is.

»
»
»