De Mossad, de Israëlische geheime dienst, heeft in 1960 de kans gehad de gevreesde oud-kamparts van Auschwitz, Joseph Mengele, te arresteren, maar is daar toen niet in geslaagd. Een andere belangrijke geheime operatie kreeg voorrang.
Die operatie was de kidnapping van Adolf Eichmann, een van de architecten van de Holocaust.
De onthulling wordt gedaan door Rafi Eitan, tegenwoordig minister van Pensioenzaken en toentertijd de leider van de missie, in een gesprek met het Franse persbureau AFP. "Mengele woonde in Buenos Aires op hetzelfde moment dat Eichmann daar woonde. We vonden Eichmann eerst, en toen Mengele."
Risico
De Mossad wist het adres van Mengele te achterhalen en foto's van hem te nemen. Eitan heeft "geen enkele twijfel" dat het om de juiste persoon ging.
De baas van de geheime dienst wilde onmiddellijk een tweede operatie in gang zetten om ook Mengele op te pakken, maar Eitan was daar tegen. "Ik vond dat we niet twee operaties tegelijkertijd moesten uitvoeren, omdat we dan het risico liepen Eichmann te verliezen en omdat we niet voldoende informatie hadden voor de missie tegen Mengele."
Besloten werd eerst Eichmann te ontvoeren en later terug te komen voor Mengele. Eichmann werd op 11 mei 1960 opgepakt door de Mossad en tien dagen later Argentinië uitgesmokkeld.
Verdronken
Eitan zou niet meer de kans krijgen om Mengele op te pakken. Toen de ontvoering van Eichmann bekendraakte, koos Mengele het hazepad.
"Ik ging terug naar Argentinië, maar Mengele was verdwenen en had zijn sporen uitgewist. We zochten verder in Brazilië en Paraguay en vonden hem. We konden foto's nemen, maar we hebben hem niet meer in handen kunnen krijgen."
Mengele stierf uiteindelijk in 1979 in Brazilië, verdronken tijdens een zwempartij. Zijn identiteit werd in 1992 via een dna-test bewezen. Eichmann werd in 1962 opgehangen voor zijn aandeel in de vernietiging van de joden.

»
»
»