Door Jef van Gool
In de aula van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag is vanmiddag de P.C. Hooftprijs voor het essay uitgereikt aan Abram de Swaan.
"Ik vind het fijn dat ik die literaire prijs gekregen heb omdat ik zo netjes schrijven kan, maar ik kom uit de hoek van de sociale wetenschap. Zo kijk ik, dat is wat ik te vertellen heb. Dat is zo'n rijke achtergrond, daar kan ik nog een millennium mee voort." Dat zegt de socioloog, essayist en columnist in een interview dat Iris en Klaas Koppe voor Literatuurplein met hem hebben gemaakt.
Abraham de Swaan is in het oorlogsjaar 1942 geboren uit joodse ouders. Tot 1945 was hij ondergebracht bij een pleeggezin in Beverwijk. In een portret door Mischa Cohen in Vrij Nederland is te lezen dat hij zijn moeder niet herkende toen zij hem uit de onderduik kwam ophalen. "Ik was pas acht maanden toen ze me voor onbepaalde tijd afstond aan een vriendin."
Hij groeide op in een intellectueel, links milieu. In het huis van zijn ouders aan de Keizersgracht behoorden Gerard van het Reve en zijn vrouw Hanny Michaelis, fotograaf Cas Oorthuys, historicus Jacques Presser, politicoloog Lucas van der Land en schilders als Dick Elffers, Jan Bons en Melle tot de vaste bezoekers. Voor de jonge Abram betekende dat alles een enorme intellectuele stimulans. "Om mee te kunnen praten of om aandacht te krijgen moest je als kind echt iets te vertellen hebben."
Polemische stukjes
Nadat hij het eindexamen gymnasium alfa én beta had gedaan, ging hij politicologie studeren, eerst aan de Universiteit van Amsterdam en vervolgens aan Yale en Berkeley. Van 1963 tot 1965 was hij redacteur van het Amsterdamse studentenblad Propria Cures, waarvoor hij een paar honderd polemische stukjes schreef.
Een daarvan, een parodie op de kruisiging van Jezus waarbij een foto van hemzelf was geplaatst, kwam hem te staan op een boete van honderd gulden wegens godslastering. Dat was nadat vanuit het eiland Tholen een klacht was ingediend. Naar aanleiding daarvan mag hij zich 'de enige geboekstaafde godslasteraar in Nederland' noemen.
Amerika in termijnen: een ademloos verslag uit de USA was in 1967 zijn eerste boek. Na zijn verblijf in de VS reisde hij, om "ook de andere kant te zien", door naar Cuba, waar hij in de gelegenheid was Fidel Castro te interviewen. In 1973 promoveerde hij cum laude op het proefschrift Coalition Theories and Cabinet Formations, een studie naar de politieke coalitievorming waarbij hij onder meer van computermodellen gebruik heeft gemaakt. In hetzelfde jaar dat hij promoveerde, begon hij aan de opleiding tot psychoanalyticus. Tot 1984 heeft hij daadwerkelijk als psychotherapeut gewerkt.
Hoogleraar
Van 1973 tot 1977 was De Swaan lector en van 1977 tot 2001 hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Samen met Johan Goudsbloem heeft hij er de grondslag gelegd voor de Amsterdamse School. Die was geïnspireerd door Norbert Elias, in de jaren '60 en '70 met enige regelmaat gasthoogleraar in Amsterdam.
Van 2001 tot en met 2007 was hij hoogleraar sociale wetenschappen. Niet tot zijn genoegen moest hij vorig jaar, vanwege het bereiken van de 65-jarige leeftijd, afscheid nemen. Het liber amicorum dat hem toen werd aangeboden, Grenzeloos nieuwsgierig, geeft een beeld van de grote variatie aan onderwerpen waarover hij schrijft.
Sinds zijn vijftiende heeft hij zich toegelegd op het wetenschappelijk kijken naar de samenleving, naar de mensen om hem heen en naar zichzelf, zo zegt De Swaan in het interview met Iris en Klaas Koppe. De sociologie houdt voor hem daarin het midden tussen de psychoanalyse en de politicologie. Een van zijn sociologische hoofdwerken is In Care of the State: Health Care, Education and Welfare in Europe and the USA in the Modern Era uit 1988.
Van de vertaling, Zorg en de staat, verscheen in 2004 de zesde druk. Hij beschrijft daarin de regelingen die over een periode van vijf eeuwen in vijf landen, waaronder Nederland, zijn getroffen ter bestrijding van ziekte, armoede en onkunde en bepleit een vorm van sociale zekerheid op mondiaal niveau. Het boek werd in 1989 bekroond met de Politicologenprijs.
Plezier in het schrijven
Vorig jaar is de veertiende druk in elf jaar verschenen van De mensenmaatschappij. Dat boek maakt bij uitstek duidelijk waarom hij als auteur over sociologie niet alleen vakgenoten maar ook een breed publiek aanspreekt. In niet meer dan 160 pagina's belicht hij de belangrijkste sociale verbanden en behoeften in hun onderlinge samenhang.
Hij doet dat, ondanks de beknoptheid, op een uiterst bevattelijke manier, vrij van jargon. Zowel over ingewikkelde als simpele zaken schrijft hij "in een glasheldere en lenige taal, waar het plezier in het schrijven vanaf vonkt", aldus de jury van de P.C. Hooftprijs. 'Zijn werk heeft niet alleen de sociologie verrijkt, maar ook de Nederlandse essayistiek.'
Het lezen van zijn boeken, essays en columns blijkt waarlijk een genoegen. Zijn essays zijn onder meer gebundeld in De mens is de mens een zorg: opstellen 1971-1981 (1982, zesde druk in 1997) en Perron Nederland (1991). Een mooie introductie tot zijn werk en denken biedt De draagbare De Swaan uit 1999, waarvan nog deze maand een herdruk verschijnt. Het is uiteraard ook te leen in de bibliotheek en deels te lezen op zijn website.

»
»
»