Sinds de jaren tachtig zijn aan de Nederlandse kust zo'n 700 lijken aangespoeld. Een kwart van deze lichamen is nooit geïdentificeerd. Van die mensen blijft de afkomst dus een mysterie.
De Nederlandse politie vindt dat het anders moet en pleit voor betere Europese samenwerking en meer pathologisch onderzoek.
Door de sterke stroming worden lichamen van vermisten vaak aan de kust van buurlanden gevonden. Maar omdat de landen van elkaar niet weten wie vermist wordt, is het moeilijk om te achterhalen van wie het stoffelijk overschot is.
De Nederlandse politie wil daarom dat Europese kustlanden elkaar op de hoogte houden over de personen die worden vermist. Ook moet het makkelijker worden om dna-materiaal uit te wisselen.
Botonderzoek
Door de vooruitgang van het pathologisch onderzoek is het tegenwoordig makkelijker om lichamen te identificeren. Vroeger was de politie afhankelijk van vingerafdrukken.
Nu kan het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) bijvoorbeeld ook informatie halen uit botonderzoek. Verder kunnen de forensische onderzoekers bepalen of de persoon is omgekomen door een misdrijf, een ongeluk of zelfmoord.
Het NFI heeft veel kennis op dit vakgebied en zal collega's in het buitenland laten zien welk onderzoek mogelijk is, om zo ook daar de identificatie makkelijker te maken. Daarna is het zaak dat gegevens uit verschillende landen met elkaar vergeleken worden.
Duidelijkheid
Voor nabestaanden is dat heel belangrijk. Familie en vrienden van vermisten moeten vaak jaren wachten voordat ze duidelijkheid hebben of hun partner, vader, zoon of vriend is overleden. In sommige gevallen krijgen de achterblijvers nooit de zekerheid die ze zoeken.
"Je wil liever horen dat je man dood is, dan dat je het niet weet", zegt Charmaine Deerlage-Hulsbosch. Haar man is in 2001 verdronken op zee.
"Toen ik hoorde dat hij dood was, kon ik pas met de verwerking van het verlies beginnen." Op diezelfde boot zaten ook haar stiefvader en de man van haar vriendin. Die laatste is nooit gevonden.
Conferentie
Op uitnodiging van de Nederlandse politie gaan de buurlanden afspraken maken over betere samenwerking. Dat gebeurt tijdens een tweedaagse conferentie die morgen van start gaat.
De deelnemende landen zijn Nederland, België, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, Denemarken, Zweden en Finland.
Als de samenwerking een feit is, hoopt de politie alsnog de namen van de 400 onbekende stoffelijke overschotten te achterhalen.
Deel deze pagina
»
»
»