Door buitenlandredacteur Lucas Waagmeester
Bangkok, 11 mei - Birma, onneembare vesting voor buitenlandse pottenkijkers, getroffen door natuurgeweld. Eerste reflex, niet alleen voor hulpverleners: we moeten erheen. Het meest logische besluit lijkt naar Thailand te vliegen en van daaruit te kijken of er een zwakke plek in de vesting te vinden is.
Nog voor we Schiphol verlaten, stellen verschillende bronnen hun schatting van het aantal doden bij tot 100.000. Als dat waar is, zijn we op weg naar één van de grote natuurrampen van de afgelopen tijd. Bij de Tsunami in december 2004 vielen in heel Azië zo'n 250.000 doden.
Bij de grote aardbeving in Pakistan 75.000, en bij de aardbeving in de lemen stad Bam, in Iran, kwamen naar schatting 40.000 mensen om. In het vliegtuig lezen we de kranten van de afgelopen dagen nog eens na. Een uitgescheurd stukje van maandagochtend draagt de kop: 'Zeker 350 doden in Birma'.
Modder
Op de grond maken rivieren wilde slagen door het land. Ze laten bruine strepen modder achter in hun beddingen. We vliegen vlak ten noorden van Rangoon. Van tienduizend meter hoogte is niets te zien van ondergelopen dorpen, weggespoelde huizen of lichamen in de straten. Natuurlijk, de beelden zijn er wel, maar we moeten de slachtoffer in de ogen kunnen kijken en zelf hun verhalen kunnen aanhoren.
Als die gelegenheid er niet komt, als het verhaal van de individuele slachtoffers niet verteld kan worden, als we niet mogen inzoomen op het menselijke drama, verdwijnt deze immense natuurramp te snel weer van de voorpagina's van de internationale media. Zo werkt dat nou eenmaal.
In Bangkok voeren we meteen een aantal gesprekken met hulpverleners die net zo graag als wij aan het werk willen in het rampgebied. Artsen Zonder Grenzen, het Rode Kruis, het World Food Programme van de VN. Ondanks het uitblijven van visa, ook voor de grootste en meest gezaghebbende noodhulporganisaties ter wereld, heerst er kalmte op hun kantoren. Hulpverleners zijn niet van het type paniekzaaien of woedend rondstampen. Men wacht gelaten af.
Onderhuids
Maar onderhuids is de frustratie er wel degelijk. Iedereen die we spreken is woest over het schofterige gedrag van de Birmese regering. Die woede wordt wel nauwkeurig buiten het zicht van onze camera gehouden. De grote hulporganisaties zijn in onderhandeling met het regime in Birma.
Ze zullen dus niet snel op televisie verwijten maken tegen dat regime. Eén van de coördinatoren van de hulpverlening in Birma wil zelfs niet bij naam genoemd worden in ons verslag. Hij heeft een visumaanvraag lopen, dat gaat nu boven alles.
Wel wemelt het in Bangkok natuurlijk van de geruchten over versoepeling van het visa-regime. Wat nou als het referendum van zaterdag voorbij is, misschien zijn ze dan minder bang voor pottenkijkers. Wat als diplomaten er toch in slagen de militaire machthebbers om te praten? Of is er toch een mogelijkheid om zonder toestemming van het regime aan het werk te gaan?
Journalisten en hulporganisaties die we spreken nemen de hele dag de scenario's door. Steeds met de conclusie dat er toch een moment móet komen dat de vesting valt en de wereld toestemming krijgt de Birmezen in nood te hulp te schieten. En dat wij de gelegenheid krijgen daar verslag van te doen.
Deel deze pagina
video
video
»
»
»