Door Jef van Gool
"Ik kom altijd weer op die periode '40-'45 terug, ik wil het vaak niet, maar die jaren hebben mij het hevigst aangegrepen." Als er één schrijfster is in wier werk alles draait om de Tweede Wereldoorlog, is het wel Marga Minco, auteur van de in 1957 gepubliceerde klassieker Het bittere kruid. In 2007 verscheen de 46ste druk van deze 'kleine kroniek'.
Zij schreef dit jaar de tekst voor de 4 meivoordracht in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Omdat ze zelf door ziekte was verhinderd, werd die voorgelezen door haar dochter Jessica Voeten. In 'Een sprong in de tijd' keert Marga Minco terug naar zaterdag 4 mei 1940, de laatste keer dat zij haar vader vergezelde op zijn weg naar de synagoge. Haar lezing wordt samen met 'De bedoeling van bevrijding', de 5 meilezing van Wim van de Donk, uitgebracht in een boekje dat op 5 mei vanaf 12 uur te koop is in de boekhandel en beschikbaar in de openbare bibliotheken.
Sara en Selma
Marga Minco werd in 1920 als Sara Minco geboren in een orthodox-joods gezin in Ginneken bij Breda. Spoedig veranderde zij haar voornaam in Selma. In 1938 trad ze als verslaggeefster in dienst van de Bredasche Courant. Ze werkte er tot het moment dat de directie verplicht werd joodse personeelsleden te ontslaan. In die tijd ontmoette ze de journalist en schrijver Bert Voeten, die haar man zou worden. In het begin van de oorlog verbleef ze in Assen, Delft en Amsterdam. Ze kreeg een lichte vorm van tbc en belandde in ziekenhuizen in Utrecht en Amersfoort.
In het najaar van 1942 kwam ze terug bij haar ouders die toen, op last van de bezetter, in het Amsterdamse 'Judenviertel' woonden. Haar zus en zwager waren al opgepakt. In april 1943 volgde de dramatische gebeurtenis die haar leven ingrijpend veranderde en haar toekomstige literaire werk zou bepalen: haar ouders werden opgepakt.
Zelf ontkwam ze op het nippertje. Ze verbleef de rest van de oorlog op onderduikadressen en woonde, voorzien van geblondeerd haar en een nieuwe naam (Marga Faes, de voornaam hield ze aan in haar pseudoniem), vanaf de zomer van 1944 samen met Bert Voeten in Amsterdam.
Zonder grote woorden
Na de oorlog werkte ze voor een aantal kranten en tijdschriften, onder meer voor het satirische blad Mandril. Vlak voor de herdenkingsdagen van mei 1957 werd Het bittere kruid gepubliceerd, de novelle waarin ze haar eigen ervaringen tijdens de oorlog beschreef. Wel is de hoofdpersoon tien jaar jonger dan zij destijds was.
Het boek maakte veel indruk, vooral door de sobere stijl, zonder grote woorden. De jonge hoofdpersoon en haar familie voelen de anti-joodse maatregelen van de bezetters steeds meer aan den lijve. Maar Minco laat ook zien dat het bedreigende van sommige maatregelen niet altijd direct tot de mensen doordrong.
Na De andere kant uit 1959, waarin de oorlog niet zo expliciet aanwezig is als in Het bittere kruid, publiceerde Minco in 1967 Een leeg huis, over twee jonge vrouwen van joodse afkomst die ieder als enige van hun familie de oorlog hebben overleefd. Het verhaal concentreert zich op drie dagen (respectievelijk in 1945, 1947 en 1950) in hun leven.
Ze moeten na de oorlog een nieuw bestaan opbouwen en in het reine zien te komen met schuldgevoelens dat zij wel en hun geliefden niet zijn ontkomen aan de verschrikkingen. Een van de vrouwen weet zich te handhaven, de ander pleegt ten slotte zelfmoord.
Drie jaar geleden verscheen de 18de druk van De val, een novelle die oorspronkelijk in 1983 uitkwam. Minco had het verhaal geschreven naar aanleiding van een krantenbericht over een oude vrouw die door een val in een put van de stadsverwarming om het leven kwam. De 85-jarige Frieda Borgstein, de hoofdfiguur in De val, woont in een bejaardentehuis. De gebeurtenis die haar leven heeft beheerst, is het wegvoeren van haar man en kinderen in de oorlog. Zelf was zij boven in huis toen de Duitsers kwamen. Waarom hadden die het huis niet verder doorzocht en waarom hadden ze haar niet meegenomen?
Boekenweekgeschenk
In 1986 schreef Minco De glazen brug als Boekenweekgeschenk. Verteller in die novelle is Stella, die tijdens de oorlog haar vrienden en familieleden is kwijtgeraakt. Zelf overleefde ze doordat ze, ondergedoken in Zeeuws-Vlaanderen, een andere identiteit kreeg. Het eerste gedeelte beschrijft Stella's ervaringen tijdens haar onderduiktijd en haar liefde voor de jongen die ze daar als 'Carlo' leert kennen. Twintig jaar later gaat ze terug om meer te weten te komen over de vrouw onder wier naam ze de oorlog heeft overleefd.
Het verschijnen van een boek van Marga Minco is altijd een gebeurtenis, alleen al door het feit dat ze zo mondjesmaat publiceert. Tussen het verschijnen van Een leeg huis (1966) en De val (1993) lagen 17 jaar. Nagelaten dagen verscheen elf jaar na De glazen brug. In een televisieprogramma bevestigde zij dat ook deze roman op haar eigen ervaringen was gebaseerd, maar daarbij benadrukte ze wel dat ze in haar werk de realiteit vervormt.
Zoals de ikfiguur van Nagelaten dagen zegt tegen de 'teruggevonden' zus van haar zwager die haar aanspreekt op het waarheidsgehalte van een verhaal: "Het is een verhaal Eva, geen verslag."
Verbindend thema
In september 2004, een maand of negen na haar overgang van uitgever Bert Bakker naar De Bezige Bij, verscheen er weer nieuw werk: de verhalenbundel Storing. Ook hier is het lot van de joden in de oorlog het verbindende thema. In al hun beknoptheid zijn het indrukwekkende en aangrijpende verhalen, waarin gevoelens als verlatenheid, eenzaamheid, verdriet en woede op een sobere en ingehouden manier zijn verwoord.
Zo ontmoet de vertelster in het titelverhaal 'Storing' een van de vrouwen bij wie zij als kind was ondergedoken. Die eist daarvoor met terugwerkende kracht dankbaarheid.
