De komende drie jaar steekt het kabinet 115 miljoen euro in het taal- en rekenonderwijs. Leerlingen van basis- en middelbare scholen moeten gaan voldoen aan landelijke minimum eisen en worden daarop geregeld getoetst.
Taal en rekenen vormen de basis voor een vervolgopleiding of werk, zeggen de bewindslieden op het ministerie van Onderwijs.
Leerlingen die naar de pabo gaan of een tweedegraads lerarenopleiding willen volgen, krijgen ook met minimum taal- en rekeneisen te maken. Ze moeten voldoen aan het niveau van iemand met een mbo-4 of havo-diploma.
Referentieniveaus
Voor docenten, schoolleiders en ouders moet duidelijk worden over welke kennis en vaardigheden een leerling op een bepaalde leeftijd op een bepaald schoolniveau dient te beschikken. Daarom worden voor het hele onderwijs niveaubeschrijvingen voor taal en rekenen (wiskunde) vastgesteld.
Doel van die referentieniveaus is het verhogen van het taal- en rekenniveau van leerlingen en studenten. Die referentieniveaus en toetsing bieden ook voor het eerst de mogelijkheid om de ontwikkeling van taal- en rekenbeheersing van een leerling door de hele schoolcarrière nauwkeurig te volgen.
Hoe scholen dit doen, is een verantwoordelijkheid van de school of instelling.
Deel deze pagina
»
»
»