NOS NieuwsAangepast

Nobelprijs om 'supermicroscoop'

De Nobelprijs voor Scheikunde 2014 is toegekend aan de Amerikaanse onderzoekers Eric Betzig en William Moerner en de in Duitsland werkende Roemeen Stefan Hell. Dat heeft het Nobelcomité vandaag in Stockholm bekendgemaakt.

De drie kregen de prijs voor hun onderzoek naar nanoscopie, het zichtbaar maken van zeer kleine objecten zoals cellen. Volgens het comité hebben de wetenschappers de grenzen verlegd in wat je met een optische microscoop kunt zien.

Door middel van laserstralen en verschillende kleuren licht is het mogelijk om een betere resolutie te krijgen. De technologie wordt onder meer gebruikt in onderzoek naar ziektes als Parkinson en Alzheimer.

Voor de Roemeen Hell kwam de prijs onverwacht. "Ik was totaal verrast, ik kon het niet geloven", zei hij na afloop.

Onafhankelijk

De drie onderzoekers werkten onafhankelijk van elkaar. Betzig (54) werkt aan het Amerikaanse Howard Hughes Medisch Centrum in Ashburn, de van oorsprong Roemeense Hell (51) is directeur van het Max Planck Instituut voor Biofysische Chemie in het Duitse Göttingen en Moerner (61) is professor aan de Stanford Universiteit in Californië.

Naast een medaille krijgen de wetenschappers een geldbedrag van ruim 900.000 euro. De officiële prijsuitreiking vindt in december plaats in Stockholm.

Vorig jaar werd de Nobelprijs voor Scheikunde toegekend aan Martin Karplus, Michael Levitt en Arieh Warshel. De drie onderzoekers maakten computermodellen die complexe chemische processen inzichtelijk maken.

Eerder deze week werden de Nobelprijzen voor Geneeskunde en Natuurkunde toegekend. De prijzen voor Literatuur, Vrede en Economie volgen nog.

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl