Vier landen in Latijns-Amerika hebben een fonds opgericht om het effect van de stijgende voedselprijzen te beperken. Het zijn allemaal landen met een linkse regering: Cuba, Bolivia, Nicaragua en Venezuela.
In het fonds komt zo'n zestig miljoen euro. Dat geld wordt onder meer gebruikt voor een gezamenlijk distributiesysteem. Daardoor kan de rol van tussenhandelaren en speculanten worden teruggedrongen.
De vier landen haalden op hun vergadering in Venezuela fel uit naar de Verenigde Staten. Dat land zou verantwoordelijk zijn voor de prijsstijgingen omdat het voedingsmiddelen gebruikt voor het maken van biobrandstoffen.
De Verenigde Naties noemden de voedselcrisis deze week een "stille tsunami". Voor honderden miljoenen mensen dreigt volgens de VN hongersnood.
Deel deze pagina
»
»
»