Het gerechtshof in Den Bosch moet een zaak van het hof in Arnhem opnieuw behandelen, omdat een foute geurproef met honden als bewijsmateriaal is gebruikt. Dat heeft de Hoge Raad bepaald.
De raad heeft in totaal 66 herzieningsverzoeken ontvangen van rechtszaken waarin mogelijk foute geurproeven zijn gedaan. De afwikkeling van al die verzoeken neemt maanden in beslag.
De foute geurproeven zijn uitgevoerd tussen september 1997 en maart 2006 in Noord- en Oost-Nederland. Normaal gesproken mogen speurhondegeleiders niet weten in welk buisje de geur van een verdachte zit, maar dat gebeurde in deze periode wel.
Daardoor is het mogelijk dat de geleiders de honden onbewust bij hun keuze hebben gestuurd.
Niet betrouwbaar
De Hoge Raad deed vandaag uitspraak in twee zaken: een inbraak en een poging tot inbraak.
In beide gevallen achtte de raad de geurproeven niet betrouwbaar, maar de zaak van de poging tot inbraak hoeft niet opnieuw gedaan te worden omdat er voldoende ander bewijs tegen de verdachte was.
"Ook zonder het resultaat van de geurproef kan worden bewezen dat de aanvrager heeft geprobeerd in te breken", oordeelde de raad.
De man kreeg in 2003 een celstraf van zestig dagen, waarvan 21 voorwaardelijk, opgelegd.
Bewijs
Het bewijs voor de inbraak berustte volgens de Hoge Raad wel volledig op de geuridentificatieproef. Daarom moet deze zaak wel over worden gedaan.
De verdachte van de inbraak werd in 2006 voor meerderde feiten veroordeeld tot een celstraf van 24 maanden.
Zeven speurhondenbegeleiders van de politie zijn vanwege de foute geurproeven vervolgd voor valsheid in geschrifte. Ze kregen werkstraffen tot 210 uur en voorwaardelijke gevangenisstraffen.
Deel deze pagina
»
»
»