Placenta beschermt tegen chemo

Aangepast op

Door redacteur gezondheidszorg Rinke van den Brink

Ongeboren baby's van drie maanden of ouder blijken in de baarmoeder door de placenta beschermd te worden tegen de schadelijke effecten van chemotherapie. Als ongeboren baby's na de eerste drie maanden van de zwangerschap aan chemotherapie worden blootgesteld omdat hun moeder kanker heeft, ondervinden ze daar weinig nadelige effecten van.

Dat blijkt uit een studie die hoogleraar Frederik Amant van de Universiteit van Leuven heeft gepresenteerd op een groot Europees congres over kanker in Madrid. De uitkomsten van de studie zijn opmerkelijk, omdat chemotherapie zwaar giftig is en vaak ernstige bijwerkingen heeft voor de patiƫnt.

Derde maand

Dat geldt niet in de eerste drie maanden van de zwangerschap als de vitale organen aangelegd worden. Ongeboren baby's die in die periode worden blootgesteld aan chemotherapie lopen een kans van ongeveer twintig procent op aangeboren ernstige afwijkingen.

Dat heeft te maken met de samenstelling van de chemotherapie. Die bestaat uit grote moleculen die de ongeboren kinderen in de baarmoeder alleen in sterk verdunde vorm bereiken. De placenta houdt een deel van de chemotherapie tegen. De rest bereikt het ongeboren kind wel, maar zodanig verdund dat de negatieve effecten ervan beperkt zijn.

Alcohol

Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de schadelijke effecten van het drinken van alcohol tijdens de zwangerschap. Alcohol komt via het bloed van de moeder rechtstreeks in dat van haar baby. "Als een zwangere vrouw dronken is, dan is haar ongeboren kind ook dronken", zegt Amant. "Bier drinken is slechter dan chemotherapie voor een baby in de baarmoeder."

Amant en zijn onderzoeksgroep volgden de mentale ontwikkeling en de hartfunctie van 38 kinderen van vrouwen die tijdens de zwangerschap chemotherapie kregen. Het gaat dus om een studie van relatief beperkte omvang, ook al omdat het aantal zwangeren dat chemotherapie krijgt beperkt is.

Geen verschil

Na twee jaar waren er geen verschillen te zien tussen de onderzoeksgroep en een controlegroep van kinderen van wie de moeders geen chemotherapie hadden gekregen tijdens de zwangerschap. Intussen zijn de kinderen zo'n drie jaar gevolgd en nog steeds zijn er geen verschillen tussen beide groepen, vertelt Amant.

Naar schatting tussen de 2500 en 5000 zwangere vrouwen krijgen jaarlijks chemotherapie tijdens hun zwangerschap. Het is niet bekend hoe vaak wordt afgezien van chemotherapie omdat een vrouw met kanker zwanger is.

Als kinderen te vroeg geboren werden had dat wel invloed op hun hersenontwikkeling en op hun hartfunctie. "Vroeggeboorte is dan het probleem, maar chemotherapie niet", zegt Amant.

Bestraling

In een kleinere studie van dezelfde onderzoekgroep naar de effecten van bestraling van zwangere vrouwen op hun ongeboren kinderen, waren de resultaten iets minder positief.

Drie van de zestien kinderen die werden gevolgd hadden gezondheidsproblemen door de bestraling. In een geval waren de problemen ernstig. Bestraling in de laatste drie maanden van de zwangerschap moet helemaal worden vermeden.