Militairen die betrokken zijn geweest bij gevechtshandelingen krijgen voortaan een insigne.
Scheidend commandant der strijdkrachten generaal Dick Berlijn heeft dat in een interne mededeling bekend gemaakt. Op deze manier wil Berlijn zijn erkenning uitspreken voor de militairen die in Uruzgan veelvuldig in aanraking komen met geweld.
Battle Group
Dit weekend maakte het ministerie bekend dat er de afgelopen twee jaar 648 keer sprake is geweest van 'vuurcontact' door Nederlandse troepen in Afghanistan. Binnen de Battle Group de gevechtseenheden is er geregeld onvrede geuit over de manier waarop 'Den Haag' reageerde op de vele gevechten. Militairen vonden dat de politiek en het ministerie van defensie teveel nadruk legden op de wederopbouw, terwijl de gevechtseenheden geregeld onder vuur kwamen te liggen.
Generaal Berlijn schrijft daarom in zijn interne dagorder: "Tijdens operationeel optreden kunnen militairen, soms veelvuldig, worden geconfronteerd met het moeten uitvoeren van hun taak onder zeer risicovolle omstandigheden. Ik heb de afgelopen periode veel signalen van militairen ontvangen die binnen het huidige decoratiestelsel onvoldoende erkenning ervaren voor hun functioneren onder dergelijke omstandigheden."
Insigne
Het insigne dat Berlijn daarom wil invoeren is vergelijkbaar met de Combat Action Badge in de Verenigde Staten. Het is geen officiële onderscheiding, maar een "blijk van herkenning en erkenning voor die militairen die in bepaalde risicovolle omstandigheden hebben moeten functioneren", zo schrijft Berlijn. Het insigne kan op alle tenues worden gedragen.
Een aanvraag- en toekenningprocedure wordt nog vastgesteld. Het insigne wordt met terugwerkende kracht per juli 2001 ingevoerd. Dat betekent dat alle militairen die in Irak en Afghanistan gevochten hebben in aanmerking komen.

»
»
»