Door: Jef van Gool
'Het is geen bescheiden inzet, een panorama bieden van onze wereld en tijdgeest. De dichter die dit doet moet zeker zijn van zijn taal. Leonard Nolens balanceert op de rand van het persoonlijke en algemene, het alledaagse en sublieme
Zijn stem verweeft zich met andere stemmen, de dichter stijgt boven zichzelf uit en de poëzie krijgt een mythische dimensie.' Het is een treffende kenschets die de jury van de VSB Poëzieprijs geeft van Bres, de bundel van Leonard Nolens die zij heeft bekroond met deze prestigieuze prijs, waaraan een bedrag van 25.000 euro is verbonden.
Bundel in wording
Bres, een uitgave van Querido, is geen geheel nieuwe bundel. De vijf cycli waaruit hij bestaat, maakten deel uit van vijf eerdere bundels, te beginnen met En verdwijn met mate uit 1996. Daarbij werd Bres telkens aangeduid als 'een bundel in wording'.
In de eerste cyclus wilde Nolens losbreken uit het intimistische van zijn vroegere bundels. 'Ik wilde loskomen van de eeuwige ikken in mijn poëzie, ik gebruikte ontzettend veel ik. (...) Maar voor Bres wilde ik onderzoeken of het mogelijk was een onbevangen Wij te gebruiken, zonder te vervallen in het goedkope Wij van religie en politiek.' Dat zei hij in een interview met Annemieke Gerrist in een special van De Groene Amsterdammer.
'Wij waren soms'
'Wij waren weinigen. Wij waren sommigen. / Wij stemden op onze democratie van hem. / Wij kroonden zijn absolute monarchie van ons / Wij kozen Gods andermans republiek in mezelf. / Wij waren weinig. / Wij waren soms.'
De Wij in Bres is de Wij van de babyboomers, 'de zwijgers van na mei vijfenveertig, de generatie van mei 1968, maar ook niet uitsluitend. De Wij moet in de bundel steeds opnieuw uitgevonden en gedefinieerd worden.'Dit is het verhaal van iemand die wij zelf zijn,' zo besluit de jury de kenschets in haar nominatierapport.
Antwerpen
Leonard Nolens is in1947 geboren in het Limburgse Bree. Na zijn studie aan het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken te Antwerpen vestigde hij zich in 1968 in die stad. Sindsdien leeft hij alleen van en voor de literatuur.
Als dichter debuteerde hij in 1969 met een in eigen beheer uitgegeven bundel, Orpheushanden. Bij Sonneville verscheen daarna De muzeale minnaar (1973). Beide bundels hebben geen plaats gekregen in zijn verzamelde poëzie, waarvan in 2004 de vijfde druk verscheen onder de titel Laat alle deuren op een kier.
Groot raffinement
Lange tijd werd zijn poëzie gekoesterd door een kleine kring van bewonderaars. Die was wel dermate smaakbepalend dat Hugo Brems en Dirk de Geest hem in Poëzie in Vlaanderen 1965-1990 konden omschrijven als 'de meest gewaardeerde Vlaamse dichter uit de generaties die tussen zestig en tachtig debuteerden'.
De bijval in Nederland kwam nadat hij in 1986 naar Querido was overgestapt. Hij leeft voor de poëzie, schrijven en leven zijn voor hem synoniem. 'Door, met en in mijn gedichten heb ik tot nog toe kunnen bestaan,' noteerde hij in de dagboekaantekeningen die gepubliceerd werden in Stukken van mensen.
Met groot raffinement geeft hij in zijn gedichten zijn door wanhoop, vervreemding en eenzaamheid ingegeven reacties op het bestaan.
Mager poëziejaar
Voor de vijftiende editie van de prijs waren verder Jan Baeke met Groter dan de feiten, Christine D'Haen met Innisfree, Jacques Hamelink met De Dame van de Tapisserie en Anne Vegter met Spamfighter genomineerd. In totaal waren er 87 dichtbundels ingezonden.
In de beschouwingen vooraf gewaagden zowel Rob Schouten in Vrij Nederland als Erik Jan Harmens in Trouw van een mager poëziejaar.
Deel deze pagina
»
»
»