De overgang van het vmbo naar het mbo moet soepeler om het aantal drop-outs te beperken. Staatssecretaris Van Bijsterveldt van Onderwijs gaat zich daarvoor inzetten.
Jaarlijks haken zeker 7000 jongeren af bij de overgang van het vmbo naar de mbo. Nog eens enkele duizenden stoppen snel daarna, omdat ze op het mbo hun draai niet kunnen vinden. Van Bijsterveldt wil dat die aantallen fors omlaag gaan.
Vanaf augustus geeft ze een aantal scholen de ruimte om te experimenteren met opleidingsroutes die de overgang naar het mbo versoepelen, een soort verlengde vmbo's. In mei wordt bekendgemaakt welke scholen daarvoor in aanmerking komen.
Minimale vereiste
Experimentele opleidingen moeten leerlingen minstens een mbo-diploma op niveau 2 opleveren. Het kabinet beschouwt dat diploma als minimale vereiste om goed onderlegd de arbeidsmarkt op te gaan.
Veel scholieren halen deze startkwalificatie echter niet. Vooral kwetsbare leerlingen die niet zo gemotiveerd zijn en niet precies weten wat ze willen, houden hun schoolloopbaan voor gezien nadat zij hun vmbo-diploma hebben gehaald.
De stap van het vertrouwde vmbo naar het onbekende mbo blijkt voor hen te groot.
Een aantal gemeentes controleert sinds vorig jaar van elke scholier die zijn vmbo-diploma haalt of hij zich vervolgens inschrijft op het mbo.
Verlengde klas
Het ROC ASA in Amsterdam-Noord experimenteert al met een opleidingsroute. Hier is twee jaar geleden een speciale verlengde vmbo-klas opgezet, waarbij leerlingen in één jaar een mbo-diploma op niveau 2 kunnen halen.
De vmbo- en mbo-leerlingen zitten bij elkaar in één gebouw, waardoor de vmbo'ers niet hoeven te wennen aan een nieuwe plek en nieuwe docenten als ze de overstap naar het mbo maken.
Deel deze pagina
»
»
»