"Net als ieder ander wil ik graag een lang leven," oreerde Martin Luther King in zijn laatste toespraak, "maar dat maakt nu niet meer uit. Ik wil slechts Gods wil doen. Ik heb het beloofde land aanschouwd."
Vrijdag veertig jaar geleden werd hij doodgeschoten.
Ooggetuige Billy Kyles in gesprek met Eelco Bosch van Rosenthal.
"Misschien zal ik jullie niet vergezellen, maar weet dat wij, als een volk, het beloofde land binnen zullen gaan. Ik ben verheugd. Ik maak me zorgen om niets. Ik vrees niemand. Mijn ogen hebben de glorie van de Heer aanschouwd," zei King op 3 april 1968.
Jesse Jackson, die vlak bij King stond toen die een dag later werd doodgeschoten, realiseerde zich later pas dat de dominee wist dat hem iets zou kunnen overkomen. Jackson, nu zelf een belangrijk zwart politicus, was toen een 27-jarige assistent van MLK. Hij zegt dat King gewaarschuwd was voortaan weg te blijven uit Memphis.
Een week eerder was een betoging in de stad die door King geleid werd, uitgelopen op relletjes. "Vandaag is hij geliefd, maar toen werd hij gehaat."
Ginnegappen
King keerde toch terug naar de Memphis, om leiding te geven aan een staking bij de gemeentereiniging. Hij had zijn activiteiten verlegd van de zwarte burgerrechtenbeweging naar de algemene strijd tegen armoede.
De dominee was van plan een enorme mars naar Washington te leiden in het kader van zijn Poor People's Campaign. De stakingsmars in Memphis moest daar de generale repetitie voor worden.
King was nog maar net aangekomen bij zijn hotel, en stond met Jesse Jackson te praten op het balkon voor zijn kamer. Ze stonden te ginnegappen over het eten van die avond.
"En plotseling," zegt Jackson nu, met een scherpe klap in zijn handen, "was het over."
Ron Linker in gesprek met Jesse Jackson

video
video
»
»
»