De onverwachte wortels van kinderliedjes

Kortjakje, Berend Botje, Jan Huigen. Ieder kind kent ze, maar hoe goed kennen we ze écht? Niet bijster, is de conclusie van Jant van der Weg, die de oorsprong van zestien kinderliedjes na ploos en publiceerde in Midden in de week. 

Want wie kent nog het drankgebruik van Kortjakje, het wereldberoemde boek dat Jan Huigen ooit schreef of het tragische verhaal achter een klikspaan? 

"Ja, er zitten zeker verrassende verhalen achter. Dat had ik zelf ook nooit gedacht toen ik er aan begon."

Kater

Kortjakje bijvoorbeeld. Dat was zeker niet een schoolziek meisje, zoals de meeste kinderen altijd aannemen. De eerste keer dat het rijmpje in druk verschijnt gaat het om vrouw die regelmatig te veel drinkt, en daarom met een kater in bed ligt. 

Andere versies zijn nog minder geschikt voor kinderen: "'s Zondags ziet ze meneer pastoor daar spreidt zij haar beentjes voor." Geen wonder dat ze een boek met zilverwerk heeft: ze kan het blijkbaar betalen, en wat goddelijke vergeving kan ze ook wel gebruiken.

Lepra

Het lijken bijzonder volwassen onderwerpen voor een kinderliedjes. "Je hebt het nu over kinderliedjes, maar van oorsprong was er geen scheiding tussen kinderliedjes en liedjes voor volwassenen", zegt Van der Weg. 

"Zo langzamerhand kwam die scheiding een beetje op. Men begrijpt niet meer wat voor betekenis er achter zat, en dan wordt het een kinderliedje. Een onzinliedje zonder betekenis."

Zo gaat er een wereld van verdriet schuil achter het rijmpje "Klikspaan, boterspaan."

Leprozen moesten vroegen een verklikker dragen, zodat de mensen zich uit de voeten konden maken als ze iemand met de besmettelijke ziekte aan hoorden komen. Uit angst voor besmetting moesten nauwe straatjes helemaal gemeden worden. 

"Heel veel van die liedjes zijn inderdaad niet allemaal even vrolijk", lacht Van der Weg besmuikt. 

Ton 

Veel vrolijker is dan het levensverhaal van Jan Huigen, die als ontdekkingsreiziger het Indiase Goa zag en met Willem Barentsz naar de noordoostelijke doorgang zocht. 

Zijn avonturen tekende hij op in zijn 'Itinerario, voyage ofte schipvaert, van Ian Huygen van Linschoten naer de Oost ofte Portugaels Indien, inhoudende een corte beschrijvinghe der selver landen ende zeecuste', dat werd vertaald in het Engels, Frans, Duits en Latijn.

De ton die hij ergens als baken achterliet is het enige dat is blijven hangen. 

Grote uitzondering op alle liedjes met obscure origine is 'Hop Marjanneke',  dat bijna iedereen wel in Napoleons tijd kan plaatsen, door de gevluchte prins en de kale Fransen. 

Toch zijn ook hier weer woorden verbasterd. Het Hop Marjanneke (dat verwijst naar het symbool van de Franse Revolutie, de maagd Marianne) wordt al snel "Hop maar, Janneke" of zelfs "Hop, Marie-Annetje."

"Daar moet toch haast wel Marie-Antoinette mee bedoeld worden, de laatste koningin van Frankrijk, die onder de guillotine terecht gekomen is", meent Van der Weg. "Haha, dus ook weer niet zo'n leuk verhaal."



Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio