Acht jaar duurde de oorlog tussen Irak en Iran, van 1980 tot 1988. De strijd begon toen het leger van Saddam Hoessein een olierijke provincie van Iran binnenviel.
Het resulteerde in een bloedige uitputtingsstrijd tussen het soennitische Irak en het sji'itische Iran. Geen van beide partijen was sterk genoeg om de definitieve overwinning te boeken.
Aan Iraanse zijde zijn naar schatting een half miljoen mensen omgekomen, voor het merendeel jonge mannen, kinderen vaak nog. Ze werden massaal naar het front gestuurd, waar velen zijn gestorven als martelaren voor de Islamitische Republiek.
Diepe wonden
De oorlog heeft diepe wonden geslagen in de Iraanse samenleving. Nog altijd komen elke donderdag duizenden mensen naar de 'begraafplaats van de martelaren', om de doden te herdenken.
Ze worden vereerd als helden, de Iraanse bevolking is trots op hen. Toch hoor je ook geluiden van mensen die zich afvragen waar het allemaal goed voor is geweest.
Die twijfel was duidelijk voelbaar toen vorige maand de Iraanse president Ahmadinejad een bezoek bracht aan Irak. eel Iraniërs zagen met lede ogen aan hoe hun president zich vrolijk lachend onderhield met de vijand van weleer, verantwoordelijk voor de dood van hun vaders, zonen en broers.
Maar er zijn ook steeds meer Iraniërs die het verleden liever laten rusten en verlangen naar vrede en veiligheid.
Deel deze pagina

»