Hanoi is booming

Door correspondent Michel Maas

De politie en de douane in Hanoi hebben zo te zien nog altijd dezelfde Russische kleermaker. Op straat wijzen gigantische propagandaborden nog altijd de weg voorwaarts. Arbeiders en boeren kijken opgewekt naar links, naar het licht dat daar aan de horizon schijnt. 

Op spandoeken aan overheidsgebouwen wordt de lof gezongen van het volgende vijfjarenplan, dat Vietnam van 2008 naar 2013 moet helpen. Ja, Vietnam is nog steeds communistisch.

Maar volgens zakenman John Somers is dat communisme nog maar een dun vernisje over een land dat inmiddels al "zo kapitalistisch als Singapore" is. Somers kan het weten. Zijn vader doet al vanaf 1984 zaken in Vietnam en hijzelf is daar sinds het eind van de jaren '80 bij betrokken. 

Bedrijfskleding

Somers maakt kleding, vooral bedrijfskleding, en kinderkleding voor de Hema. In de eerste jaren liet hij de productie over aan de Vietnamese staatsbedrijven. Alles in Vietnam was eigendom van de staat, en het was voor een buitenlander onmogelijk een bedrijf te bezitten. "Kapitalisme was toen nog niet zo welkom in Vietnam", zegt Somers. 

Na lang en moeizaam onderhandelen slaagde Somers in 1992 erin toch een vergunning te krijgen voor de bouw van een eigen kledingfabriek, op anderhalf uur rijden van Hanoi. "Venture Interntional" begon met de produktie, en is inmiddels uitgegroeid tot een complex van vier fabriekshallen, met in totaal tweeduizend arbeiders.

Somers had destijds liever een fabriek in het Zuiden gebouwd, bij het moderne, bruisende Ho Chi Minh City. "In Hanoi was niks. Er was niet eens wat te eten, alleen cabbage-soup." Achteraf is hij echter dolgelukkig. "Dit is het beste dat ons ooit is overkomen", zegt hij. Terwijl de prijzen in Ho Chi Minh City de hoogte in schieten en nu zelfs die van het dure Maleisië benaderen, is Hanoi nog altijd goedkoop. 

Booming

Hanoi is booming. Alleen al in de provincie Hai Duong, waar Venture International staat, zijn zo'n duizend nieuwe fabrieken gebouwd, en het eind is nog niet in zicht. Grote internationale elektronicabedrijven zoals Nikon en Brother hebben er produktielijnen geopend, en andere bedrijven blijven toestromen. 

Zij komen af op de goedkope arbeidskrachten, en op de faciliteiten waarmee de Vietnamese overheid ze lokt. De eerste vijf jaar hoeven nieuwe bedrijven geen belasting te betalen, de volgende vijf jaar krijgen ze tot 50 procent korting, en zelfs daarna bedraagt de belasting nog altijd maar 20 procent. Ook de kosten voor sociale zekerheid van de werknemers zijn laag: minder dan 20 procent, en dat op salarissen van 80 tot 100 dollar per maand.

Door de toestroom van zoveel internationale bedrijven stijgen die lonen wel. Elektronicabedrijven betalen 120 dollar per maand, zegt Somers, en dat is een bedreiging. Als de groei zo doorgaat zal er een moment komen dat de arbeiders op raken. Somers: "Toen wij begonnen hoefde je de deur maar open te zetten en er stonden tweehonderd man klaar. Die tijd is voorbij." Hogere lonen zijn nu nog een manier om arbeiders binnen te halen, maar op de langere termijn is er maar éen wijs beleid, zegt Somers: "zoveel mogelijk automatiseren".

Andere strategie

Voor middle management is de periode van tekorten al aangebroken. Goede accountants en managers zijn niet meer te krijgen. Die worden nu al geïmporteerd uit naburige landen. Somers heeft een andere strategie: "Wij halen ze weg bij de grote bedrijven. Wij kunnen niet die top-salarissen betalen, maar wij kunnen ze iets bieden wat de grote bedrijven niet kunnen: wij geven ze stock-options." De managers krijgen een aandeel in het bedrijf. 

Venture International gaat, vermoedelijk volgend jaar, naar de (Vietnamese) beurs. "Wij wachten op een goed moment." De nieuwe beurs van Vietnam is booming (al hebben de afgelopen crisismaanden de vreugde daar nu even vergald). Daar zijn geen propagandaborden en vijfjarenplannen voor nodig.  

Deel deze pagina

Nieuws

Audio Gerelateerde audio

  • Nederlandse delegatie bezoekt Vietnam Een zware Nederlandse delegatie bezoekt Vietnam. Onder leiding van Minister Koenders van Ontwikkelingssamenwerking, en... staatssecretaris Heemskerk van Economische Zaken proberen 37 Nederlandse bedrijven er vaste voet aan de grond te krijgen. Vietnam wordt door veel investeerders beschouwd als een goed alternatief voor het grote China. Arbeidskrachten zijn er nog goedkoop, en de communistische overheid doet er alles aan om de kapitalistische bezoekers, waaronder de Nederlander John Somers, het naar de zin te maken. Somers en zijn vader doen al sinds de jaren '80 zaken in Vietnam en hebben er een kledingfabriek opgezet. Een reportage van correspondent Michel Maas

Video en Audio

Meer video en audio