Bij de Spaanse parlementsverkiezingen heeft de socialistische partij PSOE van premier Zapatero volgens de prognoses gewonnen.
Na het tellen van ruim zestig procent van de stemmen staan de socialisten op 170 van de 350 zetels, een winst van zes zetels en net geen absolute meerderheid.
De conservatieve Partido Popular krijgt waarschijnlijk 151 zetels en wint daarmee drie zetels.
Rop Zoutberg over de verkiezingen
Bikkelhard
De campagne in de aanloop naar deze verkiezingen was bikkelhard. In de debatten maakten Zapatero en Rajoy elkaar voortdurend uit voor leugenaar.
De verkiezingen worden overschaduwd door de moord op een socialistische oud-politicus in Baskenland. De man was een gemakkelijk doelwit omdat hij loketbediende was langs een tolweg.
Het voormalige raadslid van een Baksisch dorpje had korte tijd voor de moord aangegeven geen beveiliging meer nodig te hebben omdat hij politicus-af was. Waarschijnlijk zit de Baskische afscheidingsbeweging ETA achter de aanslag.
Lange dag voor premier Zapatero
Vier jaar geleden gingen de Spaanse verkiezingen ook al gepaard met geweld. Toen pleegden terroristen van al-Qaida op 11 maart, vlak voor de stembusgang, aanslagen op vier treinen in Madrid. Er vielen 191 doden, de dag zou de geschiedenis ingaan als 11M.
Vooral voor de conservatieven is 11M een traumatisch begrip gebleven. Door 11M verloor de toen zittende premier Aznar de verkiezingen. Hij had dagenlang volgehouden dat de ETA achter het bloedbad zat.
Leugenaar
Maar één dag voor de stembusgang moest Aznar erkennen dat het onderzoek zich richtte op islamitische radicalen. Aznar werd ervan beschuldigd een leugenaar te zijn.
Het was voor veel linkse Spanjaarden, vaak niet erg gemotiveerd om te gaan stemmen, een extra reden om naar de stembus te gaan, hoewel ze weinig zagen in Zapatero. Die won, en Aznar en de Partido Popular vertrokken verbitterd naar de oppositiebanken.
Tot woede van Aznar, hoewel teruggetreden nog altijd invloedrijk in de Partido Popular, begon Zapatero direct met het afbreken van de conservatieve erfenis. Hij trok de Spaanse troepen terug uit Irak, voerde het homohuwelijk in, ging onderhandelen met de ETA en gaf de regio's, zoals Catalonië, meer zelfstandigheid.
De Partido Popular bleef ondertussen maar klagen over de verkiezingen. Ze beschuldigde Zapatero ervan het bloed van de slachtoffers te hebben misbruikt voor electoraal gewin. Zo hield links nog een demonstratie op de dag voor de verkiezingen, terwijl dat eigenlijk verboden is.
Zapatero en Rajoy brengen hun stem uit
Stemgedrag
Onduidelijk is of de moordaanslag van vrijdag opnieuw het stemgedrag zal beïnvloeden. Vier jaar geleden luidde de treinaanslagen de ondergang in van Aznar, omdat hij erover gelogen had.
Maar Aznar verloor niet alléén omdat hij gelogen zou hebben, maar ook omdat veel Spanjaarden de aanslagen op de treinen zagen als een wraakactie van al-Qaïda op de Spaanse aanwezigheid in Irak. Veel Spanjaarden waren daar toch al tegen.
Dit jaar is het Zapatero die als zittend premier de verkiezingen ingaat kort na een aanslag, dit keer wel van de ETA. Grote vraag is wat het effect van de aanslag zal zijn. Enerzijds kan het Zapatero sympathie opleveren omdat het gedode oud-raadslid een socialist was.
Anderszijds kunnen de Spanjaarden ook denken dat praten met ETA-terroristen, zoals Zapatero heeft gedaan, geen enkele zin heeft. En dat het land een harde hand nodig heeft, Rajoy dus.
Opkomst bepalend
Om 13.00 uur vanmiddag was de opkomst volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken 37,19 procent. In 2004 was dat op hetzelfde tijdstip 41,02 procent. Waarnemers zeggen dat een lage opkomst nadelig is voor de socialisten. Zij wonnen vier jaar geleden juist dankzij een hoge opkomst in de nasleep van de treinaanslagen.

video
video
video
»
»
»