'El Comandante' moet op zoek naar een andere bijnaam. De titel van Opperbevelhebber van de Revolutionaire Strijdkrachten gaat over naar een opvolger.
Ook het presidentschap zal vanaf vanmiddag in andere handen komen.
Voor het eerst in het leven van meer dan 70% van de Cubanen zal iemand anders dan Fidel Castro officieel de macht in handen krijgen. De meeste experts gaan er vanuit dat Raúl Castro zijn zieke broer zal opvolgen.
Maar er worden ook andere namen genoemd. Om vier uur vanmiddag (Nederlandse tijd) begint de historische sessie van het Cubaanse parlement.
Raúl Modesto Castro Ruz (1931)
Die was de afgelopen anderhalf jaar al waarnemend president. Vanaf het begin van de revolutie is hij de rechterhand van Fidel. Raúl is 's werelds langstzittende minister van Defensie en is de sterke man in het leger. Hij is een efficiënte manager, een organisatietalent en volgens velen een pragmaticus. Raúl was eerder communist dan zijn broer en werd jarenlang gezien als hardliner. Maar toen de Sovjet-Unie ophield te bestaan en als gevolg daarvan de Cubaanse economie instortte, besefte Raúl volgens Cuba-kenners eerder dan zijn broer dat er iets moest veranderen. Hij zou een voorstander zijn van het Chinese model: economische hervormingen zonder politieke verandering. Om het regime te kunnen voortzetten zijn economische hervormingen hard nodig, want de meeste Cubanen zijn ontevreden over hun levenstandaard.
Carlos Lage Dávila (1951)
Als het Cubaanse parlement besluit om een jongere generatie leiders naar voren te schuiven, is Carlos Lage een grote kanshebber voor het hoogste ambt. Tot nu toe was hij een van de vele vice-presidenten van Fidel Castro. Hij is een van Fidels belangrijkste adviseur in Amerikaanse zaken, een belangrijke positie in een land met zo'n vijandige relatie met de Verenigde Staten. Carlos Lage is daarnaast de man achter de voorzichtige economische hervorming van de jaren negentig. Toen stond de communistische Cubaanse economie op instorten als gevolg van het einde van de Sovjet-Unie.
Felipe Ramón Pérez Roque (1965)
De huidige minister van Buitenlandse Zaken was jarenlang de persoonlijk assistent van Fidel. Die was erg gecharmeerd van de jonge studentenleider en de bewondering lijkt wederzijds. Perez Roque wordt dan ook vaak gezien als een spreekbuis van Fidel Castro. Hij was bij zijn aantreden als parlementariër in 1999 de enige die ná de Revolutie werd geboren.
Ricardo Alarcón de Quesada (1937)
Parlementsvoorzitter Alarcón heeft zijn leeftijd tegen. Hij is maar een paar jaar jonger dan Raúl Castro en loopt ook al bijna net zo lang mee in de Cubaanse politiek. Hij was ondermeer ambassadeur van de VN en woonde jarenlang in New York. Ook Alarcón is een belangrijke adviseur over Amerikaanse zaken. Hij voerde voor Fidel tal van besprekingen met Washington. In de Cubaanse staatsmedia treedt Alaracón regelmatig op als fervent verdediger van het regime.
Esteban Lazo Hernández (1944)
Een outsider, iemand die zelden wordt genoemd als potentiële opvolger. Toch is Lazo een van de invloedrijkste mannen van het regime sinds de ziekte van Fidel. Hij is de enige zwarte Cubaan in het zeskoppige comité van belangrijke mannen dat Raúl Castro installeerde in de zomer van 2006 en een van de in totaal vijf vice-presidenten van het regime. Lazo treedt zelden naar voren in de staatsmedia. Kwade tongen beweren dat dat te wijten is aan zijn gebrekkige intellectuele capaciteiten. Maar met zijn eenvoudige komaf en gevoel voor de Cubaanse straat zou hij wellicht een onverwachte rol kunnen gaan spelen in post-Castro Cuba.

»
»
»