'Ik wilde jullie niet verwennen'

Door Jef van Gool



Vijftien jaar lang gold een schrijver uit Estland als een serieuze kandidaat voor de Nobelprijs voor Literatuur. Het heeft tot internationale aandacht voor zijn omvangrijke oeuvre geleid. 'Er zijn zelfs vertalingen uitgebracht. Daar zitten ze nou maar mooi mee,' zei Jaan Kross zeven jaar geleden geamuseerd in een vraaggesprek met Michaël Zeeman in de Volkskrant. Hij zal één van die talloze schrijvers blijven die de prijs toch nooit heeft gekregen. Gisteren is hij, 87 jaar oud, overleden.

Deportatie

Hij werd geboren op 19 februari 1920 in Tallinn, toen nog Reval geheten. Toen hij op het gymnasium zat, werd zijn literaire talent al onderkend. Op zijn zestiende werden in jeugdtijdschriften bijdragen van hem gepubliceerd. Nadat hij een reis door Scandinavië en Duitsland had gemaakt, begon hij in 1938 aan de universiteit van Tartu aan een studie rechten. De Tweede Wereldoorlog doorkruiste wreed zijn plannen. Door het pact tussen Hitler en Stalin vielen de Baltische staten toe aan de Sovjet-Unie die zonder pardon overging tot annexatie en meteen de toon zette door niet minder dan 135.000 Balten te deporteren naar Siberië. 

Sovjetsysteem

'Ik ben voor een deel met mijn romans in de geschiedenis gedoken om over het Sovjetsysteem dingen te kunnen zeggen die ik anders niet had kunnen schrijven, maar tegelijk ben ik al jaren geboeid door het verleden als zodanig.' Aldus Kross in 1993 in een interview in Knack. Dat geldt onder meer voor een roman uit 1978 die in 1992 in het Nederlands verscheen als De gek van de tsaar. Daarin vertelt hij de deels authentieke historie van een Duits-Baltische edelman,Timo(theus) von Bock, die leefde van 1787 tot 1836. Hij was een vriend van tsaar Alexander I. Tot hij die in een memorandum uit de doeken deed wat er allemaal mis was met diens regime en gek werd verklaard. 

Collaboratie en eerlijkheid

In de roman Het vertrek van professor Martens (die oorspronkelijk verscheen in 1984 en in vertaling in 1993) heeft Kross op subtiele wijze het thema van collaboratie en eerlijkheid jegens anderen en jezelf aan de orde gesteld. Een bekende volkenrechtskundige annex diplomaat die op 7 juni 1909 per trein op weg is van het Estische Pärnu naar St. Petersburg raakt met zichzelf in de knoop als allerlei herinneringen zich aan hem opdringen, vermengd met die van een Duitse naamgenoot die zo'n driekwart eeuw eerder een bijna identiek bestaan leidde. Zijn lange monoloog is de ontluistering van een op compromissen gebouwd leven.

Vormingsjaren

Mesmeri ring (1995), als De kring van Mesmer in het Nederlands vertaald, is in Estland een van de populairste boeken van Kross. Het is een vervolg op zijn schoolroman uit 1988, De jongens van Wikman, over de vormingsjaren van Jaak Sirkel, het alter ego van Kross, op het Wikman-gymnasium in Tallinn. In De kring van Mesmer gaat deze in 1938 aan de universiteit van Tartu rechten studeren. Hij sluit er zich aan bij een studentenvereniging en raakt bevriend met de briljante Indrek Tarma, die zijn pater, zijn academische vader, is. Hun vriendschap is niet geheel vrij van spanning. Sirkel is heimelijk verliefd op Riina, de vriendin van Tarma.

Oorlog en bezetting

In een paar jaar tijd werd Estland twee keer bezet: in 1939 door de sovjets en in 1941 door de nazi's. In De kring van Mesmer wordt de student Indrek Tarma door de sovjets gearresteerd. Jaak Sirkel zoekt met een paar anderen zijn toevlucht op het platteland. Als het land vervolgens door de nazi's wordt bezet, kan hij terugkeren naar de universiteitsstad Tartu. Pas vele jaren later hoort hij van een oude bekende, die de Siberische kampen overleefde, wat het lot van Indrek is geweest. Naast een persoonlijk verhaal is dit het verhaal van de Estlandse intelligentsia in de periode van oorlog en bezetting.

Pijnlijk boek

Geromantiseerde memoires zoals alle memoires en bijna iedere roman. Zo luidt de veelzeggende ondertitel van De kring van Mesmer. In het interview met Michaël Zeeman in de Volkskrant noemde Kross het een pijnlijk boek, zowel voor hemzelf als voor de lezer. 'Ik wilde jullie niet verwennen.' Voor hemzelf lag het pijnlijke in het onverhuld autobiografische, voor de West-Europese lezer in het besef hoe een land als Estland, ondanks alle beloften, aan zijn lot werd overgelaten. In een andere roman, Opgravingen uit 1990, heeft Kross verhaald hoe het zijn alter ego Jaak Sirkel en zijn generatie verging in de stalinistische tijd.

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio