De oude jaknikkers bij Schoonebeek keren niet terug, maar de oliewinning rond het Drenthse dorp wordt over enkele jaren toch hervat. Vanaf 2010 gaat de NAM (Nederlandse Aardolie Maatschappij) met moderne installaties weer olie oppompen.
Hoewel de olie nog lang niet op was, werd in 1996 met de productie gestopt vanwege de lastige winbaarheid van de taaie, stroperige massa. Maar nieuwe technieken maken de winning een stuk gemakkelijker.
Het olieveld bij Schoonebeek, de grootste onshore voorraad in Noordwest Europa, werd in 1943 ontdekt. Na de Tweede Wereldoorlog heeft de NAM een kwart van de reserve van 250 miljoen vaten opgepompt.
Stroperig
Maar de NAM denkt dankzij een andere productiemethode de komende 25 jaar nog eens 100 tot 120 miljoen vaten te kunnen produceren. Dat betekent een toename van de (winbare) Nederlandse aardoliereserves met 50 procent.
Bij Schoonebeek worden circa 70 putten geboord, verspreid over achttien winlocaties. De NAM (50 procent Shell, 50 procent ExxonMobil) werkt samen met Energie Beheer Nederland, dat voor 40 procent project deelneemt.
"Dit project past binnen NAM's voortdurende inspanning om met innovatieve technieken de Nederlandse samenleving van energie te blijven voorzien", zegt Roelf Venhuizen, directeur van de NAM.
Stoom
De ruwe olie die in Drenthe naar boven komt, wordt getransporteerd naar een raffinaderij in het Duitse Lingen. Bij de productie wordt gebruik gemaakt van stoom, die in de bodem wordt geïnjecteerd.
Voor de productie van stoom wordt water betrokken uit een nieuwe rioolwaterzuiveringsinstallatie in Emmen. Het water wordt met restwarmte van een warmtekrachtcentrale tot stoom verhit. Daarbij wordt ook electriciteit opgewekt.
De methode is duurder dan het ouderwets oppompen van voorraden die eerst nog voor het grijpen lagen. De hoge olieprijs maakt het gebruik van kostbare technieken rendabel.
Deel deze pagina
»
»
»