Somalië moet snel meer internationale hulp krijgen. Dat heeft John Holmes, de onder-secretaris-generaal voor humanitaire zaken van de Verenigde Naties, gezegd na een bezoek aan een vluchtelingenkamp bij de Somalische hoofdstad Mogadishu.
Volgens Holmes dreigt een humanitaire ramp als de hulp er niet snel komt. Dit jaar zijn er zo'n 6000 mensen omgekomen bij de aanhoudende gevechten tussen islamitische rebellen in Somalië en regeringstroepen die worden gesteund door Ethiopië.
Zeker één miljoen Somaliërs zijn voor het geweld op de vlucht geslagen. Ze leven onder slechte omstandigheden in opvangkampen. Hulporganisaties kunnen de kampen nauwelijks bereiken, waardoor er voedseltekorten dreigen te ontstaan.
Verontrustend
"De situatie in de kampen is erg verontrustend", zei Holmes. "Dat geldt altijd als tienduizenden mensen provisorische hutjes moeten leven. Het is vooral zorgwekkend omdat we niet weten hoe lang het geweld in Mogadishu nog aanhoudt."
Holmes had een ontmoeting met de Somalische premier Hussein. Die beloofde meer te doen om de situatie in aan de onveilige situatie in de hoofdstad.
Islamitische rebellen
Somalië is al jaren in de greep van islamitische rebellen. Zij proberen Mogadishu in handen te krijgen. Dat lukt ze af en toe. Maar telkens worden de rebellen weer verdreven door het regeringsleger.
Dat krijgt steun van buurland Ethiopië en soms van de Verenigde Staten. Washington wil niet dat de islamitische rebellen een moslimstaat stichten in Somalië, dat bekend staat als schuilplaats voor terroristen.

»
»
»