Door NOS-correspondent Tim Overdiek
"Wat schapenboeren in Wales typeert, is hun onverzettelijkheid." Jan Rodenburg zegt het met overtuiging. Altijd weer verbaast de Nederlandse boer zich over de weerbarstigheid van het volk waar hij al bijna drie decennia bij hoort. Toch is het dit jaar anders. "Ik merk dat er nu iets lijkt te zijn geknapt."
Het is ook een walgelijk jaar geweest voor de Britse veeteelt. Mond-en-klauwzeer, blauwtong, vogelgriep en nogmaals mond-en-klauwzeer. Dat houdt geen mens vol, en vooral de schapen niet die als witte stipjes over de heuvels van Wales zijn uitgespreid. Het woord 'crisis' is dit najaar nog maar een heel zwakke typering.
Wat onuitstaanbaar is voor Rodenburg en zijn collega's: De volstrekte onschuld. De uitbraken waren honderden kilometers verderop in Engeland, maar door de snelle beperkingen op export ligt ook hun handel, en dus hun leven, helemaal stil. Nu volgt een nog drastischer maatregel. Het ruimen van gezonde beesten.
Verschrikkelijk
"Het is verschrikkelijk", zegt Rodenburg, die met zijn vrouw Coby en drie dochters Nederland vaarwel zei in ruil voor een, naar eigen zeggen, hard maar bevredigend bestaan in het westen van Wales. "Natuurlijk is de boer eraan gewend om af en toe de broekriem wat strakker aan te trekken. Maar nu wordt er wel veel van ons geëist."
Een kwart miljoen kerngezonde lammeren zijn er het slachtoffer van. Omdat zij niet konden worden verkocht en er met het invallen van de winter te weinig eten in de heuvels voorradig is, wordt dit aantal afgeslacht. "Gewoon uit de markt gehaald", verwoordt Rodenburg het. In de praktijk, na slachting verbrand of verwerkt tot biodiesel.
Boeren krijgen een klein bedrag voor de geslachte schapen. Beter iets dan niets. Maar Rodenburg merkt dat de oudere boeren er de brui aan geven. Ze verkopen wat ze hebben, en gaan wat anders doen. Grote bedrijven verschuiven naar landbouw. Maar het ergst van al, een jonge generatie schapenhouders laat het afweten.
Toekomst
Logisch omdat er gewoonweg geen toekomst meer is in deze sector. Het jaar 2007 zou wel eens de nekslag kunnen betekenen voor wat eeuwenlang de levensader is geweest voor Wales. Als de Britse overheid niet bijspringt, zou over een paar jaar wel eens de helft van alle schapenhouders het loodje kunnen leggen, is de sombere voorspelling.
Rodenburg springt er nog redelijk uit. Dit jaar is het verlies zo'n vijf- tot zevenduizend pond, maar volgend jaar zou dat wel eens het dubbele kunnen zijn. Dus het is oppassen geblazen, zegt hij. Gelukkig is hij niet afhankelijk van de vleesopbrengst, maar richt hij zich op de Dutch Texel, een uitstekende fokram. Een investering in bange tijden.
Reageren op deze reportage? timsweblog@aol.com

»
»
»