Vertaler-schrijver Willemsen overleden

Door Jef van Gool

Jarenlang had August Willemsen vergeefs geprobeerd sonnet nummer 29 van Luís Vaz de Camões te vertalen. Na 45 jaar ontroerde hem dat nog net zozeer als de eerste keer dat hij het las. Toen kwam hij op het idee de volgorde van enkele woorden om te draaien en opeens lukte het wel. 

"Zo heb ik meer gedichten in mijn hart gesloten", schreef hij in het nawoord van 'Ware voor zo lange liefde niet zo kort het leven', de onlangs bij De Arbeiderspers verschenen vertaling van zijn keuze uit de gedichten van Camões. 

Misschien zal het wel zijn laatste werk blijken te zijn. Gisteren is hij, 71 jaar oud, overleden. 

Portugees als hoofdvak

Op het eind van de jaren vijftig studeerde Willemsen aan het conservatorium in Amsterdam piano toen hij per toeval een exemplaar in handen kreeg van een door zijn lector vertaalde roman van de Braziliaanse auteur Euclides de Cunha: 'De binnenlanden' (Os sertões, 1902). 

Die heeft de aanzet gegeven tot zijn besluit Portugees te gaan studeren. Hij was vijfentwintig toen hij die studie begon en was de enige student met Portugees als hoofdvak. 

Aanvankelijk twijfelde hij nog of hij wel moest doorzetten, maar na de kennismaking met het werk van Fernando Pessoa was hij over die aarzeling heen.

Vertaler én schrijver

In 1970 publiceerde hij de bloemlezing 'Meesters der Braziliaanse vertelkunst'. Vijf jaar later volgde zijn eerste vertaling: 'De koningin der aarde' van Dalton Trevisan. 

Zijn eerste grote succes behaalde hij met een vertaling van de gedichten van Pessoa, die niet alleen veel positieve aandacht kreeg maar ook uitstekend verkocht. 

Daarna zouden vele vertalingen volgen van het beste van wat de Braziliaanse en de Portugese literatuur te bieden hebben, zowel in proza als in poëzie. Sinds 1985 manifesteerde hij zich ook als schrijver. Braziliaanse brieven was een compilatie van de brieven die hij tijdens vier bezoeken aan Brazilië had geschreven. 

De Goddelijke Kanarie

Na 'Braziliaanse brieven' (bekroond met de Van der Hoogtprijs) publiceerde hij 'De taal als bril' (1987), waarin hij een aantal voordrachten en opstellen had gebundeld. 

Daarin bleek ook zijn interesse voor het Braziliaans voetbal, waaraan hij in 1994 een apart boek wijdde, 'De Goddelijke Kanarie', waarvan eerder dit jaar een herziene editie is verschenen. 

Een volgende bundeling van opstellen, deels literair en deels persoonlijk, was 'Het hoge woord' (1994), met de ondertitel 'Beschouwingen en boutades'. 'De val' (1991) was het lucide relaas van het louteringsproces dat hij doormaakte toen hij na een val in een ziekenhuis en een revalidatiecentrum belandde, waar hij moest afkicken van de drank.

Van herinneringen bezeten

"De hoofdpersoon is niet ik maar de tijd", zei Willemsen over 'Vrienden, vreemden, vrouwen', in 1998 verschenen in de reeks Privé-domein. Hij gaf er een motto van William Faulkner aan mee: 'The past is never dead, it isn't even past.' Een 'van herinneringen bezetene' noemt hij zichzelf in dat boek. 

Zijn worsteling met het verleden en het toelaten ervan, om zo tot zichzelf te komen, heeft hier een adequate vorm gevonden. Het bevat de dagboekaantekeningen die hij bijhield van 31 juli 1956 tot en met 31 december 1964, tussen zijn 20ste en zijn 28ste, aangevuld met commentaar vanuit het heden, waarin hij zijn jongere ego allerminst ontziet. 

Zijn leven stond toen in het teken van vrouwen, muziek, literatuur en ook van de drank, de remedie tegen de onzekerheid omtrent zijn fysiek. Een ander middel om te ontsnappen aan zichzelf of misschien juist om zichzelf te vinden in het alleen zijn, was reizen. De dagboeken bevatten de beschrijvingen van zijn reizen naar Frankrijk, Spanje en Portugal.

Down under

Ook daarna is hij blijven reizen. In 1996 is hij zelfs in het spoor van zijn Australische vriendin Janna naar down under verhuisd. Hij woonde er in Melbourne. 

Niet alleen in deze metropool (ondanks de 4 miljoen inwoners een oase van 'groen, rust en ruimte') voelde hij zich thuis, maar in heel Australië. "Toen ik dat tijdloze landschap voor het eerst zag, voelde ik me er meteen mee verbonden." 

In het begin was het echter makkelijker dan nu, zei hij onlangs in een interview in Meander: "Ik voel nu sterker dat ik daar au fond in een verkeerde wereld zit".

Pessoa-bibliotheek

Sinds 2000 werkte Willemsen aan een uiterst omvangrijke klus: de vertaling van het integrale werk van Pessoa. Het eerste deel was 'De stoïcijn, filosofische bespiegelingen van de Baron van Teive', een van de vele heteroniemen van de dichter.

Het verscheen in 2000, net als het tweede, 'Het uur van de Duivel', fragmenten van een roman die Pessoa vermoedelijk tussen zijn veertiende en zeventiende schreef. 

Daarna volgde nog een tiental Pessoa-vertalingen en een keuze uit diens poëzie, ' Pessoa : een directe weg naar het lezen van gedichten van Fernando Pessoa' (2006). 

Onder veel meer vertaalde hij verder ook de poëzie van Carlos Drummond de Andrade, de magistrale roman ' Diepe wildernis: de wegen' van João Guimarães Rosa en 'Alleen op de wereld' van Hector Malot.

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio