Tegen zeven speurhondengeleiders van de politie is 240 uur werkstraf geëist. En zes van de zeven geleiders moeten uit hun ambt worden ontzet, vindt het Openbaar Ministerie. Het gaat om zes hondengeleiders van de Oefengroep Oost en één van de KLPD.
Volgens justitie hebben ze bewust de regels overtreden die gelden voor geurproeven. Bij die proeven krijgen de honden bijvoorbeeld een mes te ruiken dat bij een misdrijf is gebruikt.
Vervolgens krijgen ze een aantal buisjes voorgelegd, met in één daarvan de geur van de verdachte. De bedoeling is dat de geleiders niet op de hoogte zijn van de sorteervolgorde van de buisjes.
Onbewust
Maar de desbetreffende geleiders wisten dat wel en daardoor zouden ze onbewust de honden bij hun keuze kunnen hebben gestuurd. De geleiders gaven in proces-verbalen aan wel volgens de regels te hebben gehandeld.
Bij de oefengroep was het niet blind doen van de geurproeven een gewoonte geworden. De geleiders meenden zo beter controle te hebben over hun hond. Ook vonden ze dat hun manier van werken niet nadelig is geweest voor verdachten.
De geleiders waren betrokken bij ruim 1700 strafzaken in het oosten van het land. Het zijn zaken waarvoor tussen september 1997 en maart 2006 geurproeven zijn uitgevoerd in Noord- en Oost-Nederland.
In de rest van het land zijn volgens onderzoek van de Rijksrecherche geen fouten gemaakt bij geuridentificatieproeven. Voor 58 vonnissen is tot nu toe een herzieningsverzoek ingediend.
Deel deze pagina
»
»
»