Tolk Bimi is niet bitter

Op 10 december beginnen de Albanezen in Kosovo een eigen staat. Dat beloven althans de politieke leiders die meedoen aan de verkiezingen van zaterdag. Een NOS-ploeg is in Kosovo. Buitenlandredacteur Lucas Waagmeester bericht vanuit de - nu nog - Servische provincie.

Tolk Bimi is niet bitter

Door Lucas Waagmeester

Tijdens onze reis door Kosovo hebben we opnieuw de hulp ingeroepen van onze trouwe tolk en gids Shkumbin Bytyqi, kortweg Bimi. Net als 90 procent van de bevolking van Kosovo is hij van Albanese afkomst. Hij is precies de man die we nodig hebben op deze plek. 

Bimi weet wat televisie maken is; vlak voor onze komst maakte hij een serie spotjes voor een kinderprogramma op een van de commerciële tv-stations van Kosovo. En Bimi woonde 8 jaar in Zoetermeer, waardoor hij zo goed als vloeiend Nederlands spreekt. 

Voor hij de gelukkige huisvader kon worden die hij inmiddels is, heeft Bimi een flinke reis achter de rug. Hij vertelde er gisteravond over tijdens het eten, en stond mij naderhand toe zijn geschiedenis op papier te zetten. 'Het is de waarheid, waarom zou je dat niet op mogen schrijven?' Journalistieker kan het niet. 

Bimi is al sinds hij zich kan herinneren gefascineerd door beeld. Als kleine jongen was hij bezig met foto's en video. Een hobby die op zijn 16-de jaar een zeer serieuze wending kreeg. 

Het is 1993 als in Bimi's geboortestad Djakova Servische politie-eenheden verschijnen die de mensen beginnen te terroriseren. Met de plaatselijke Serviërs is het contact altijd goed geweest, de politiemannen komen uit een ander deel van Joegoslavië. Hij heeft ze nooit eerder gezien. 

Bimi weet met zijn Hi8-cameraatje verschillende keren afranselingen en knokpartijen te filmen. Hij beseft dat hij uniek - en gevaarlijk - materiaal in handen heeft en stuurt de bandjes naar het buitenland. 

Op een slechte dag gaat het toch mis en moet Bimi vluchten. Hij maakt een lange reis door Europa, waarbij hij zich voor veel geld door de bergen laat smokkelen over de grens tussen Tsjechië en Duitsland, om uiteindelijk in Nederland uit te komen. 

Hij komt terecht bij de vreemdelingendienst, waar ze zijn verhaal niet geloven. Op dat moment is de oorlog in Bosnië in volle gang. Van etnische spanningen in Kosovo heeft nog niemand in Nederland gehoord. Bimi moet wel een Bosniër zijn. Hij zal wel liegen dat hij een Albanees is die op de vlucht is voor Servische beulen. En wie liegt, krijgt geen fatsoenlijke status. 

Na acht jaar in Nederland mag hij nog steeds niet werken, laat staan dat er uitzicht is op een permanente verblijfsstatus. Hij besluit terug te gaan naar zijn inmiddels door de burgeroorlog verscheurde land. 'Ik ben eerlijk geweest, daardoor kon ik het in Nederland wel vergeten.' Maar hij is niet bitter, hij heeft vooral goede herinneringen aan zijn tijd in Nederland. 

Zoals die dag dat hij door de politie aan de kant van de weg wordt gezet omdat zijn achterlicht niet werkt. Bimi heeft te veel slechte ervaringen gehad met mannen in uniformen, hij staat te trillen op zijn benen en kan geen normaal woord uitbrengen. De agenten vinden het verdacht en vragen door. 

Als Bimi duidelijk weet te maken dat het zijn oorlogservaringen zijn, behandelen de agenten hem precies zoals hij op dat moment nodig heeft. Ze nemen hem mee voor een kop koffie en overtuigen hem ervan dat hij in Nederland voor een uniform niet bang hoeft te zijn.

Bimi vertelt dat zijn bandjes inmiddels als bewijsmateriaal voor oorlogsmisdaden bij het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag liggen. Hij woont met zijn vriendin en tweejarige dochtertje in Djakova en heeft plannen voor de bouw van een eigen studio.

Maar met een rentepercentage op een lening van 14 procent beseft hij dat hij die plannen voorlopig even moet vergeten. Net als zijn plannen om met vriendin en kind een reis te maken naar Nederland, overigens. De Nederlandse ambassade heeft Bimi's aanvraag voor een vakantievisum geweigerd.

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio