Zuiderzeelijn definitief van de baan

Het kabinet zet definitief een streep door de aanleg van de Zuiderzeelijn, de snelle verbinding van de Randstad naar het noorden. Dit heeft minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat op een persconferentie bekend gemaakt.

Wel krijgen de noordelijke provincies 2 miljard euro om de economie te versterken. 

Volgens het kabinet is de Zuiderzeelijn tussen Amsterdam en Groningen niet rendabel. De kosten van de verbinding worden geschat op zeker 4 miljard euro. Minister Eurlings is er ook niet van overtuigd dat de spoorlijn de adequate oplossing biedt voor de problemen van de noordelijke provincies. 

Bloei

De noordelijke provincies denken dat een betere verbinding leidt tot meer werkgelegenheid en tot een economische bloei van dit gebied. Ook is het idee dat meer Randstedelingen in het gebied zouden gaan wonen en werken. 

Uit berekeningen van het ministerie van Verkeer en Waterstaat blijkt dat er slechts enkele honderden arbeidsplaatsen bijkomen als er een spoorlijn zou liggen. 

Een directe financiële impuls in de regionale economie levert volgens Eurlings duizenden banen op. Het bedrag van 2 miljard euro is bedoeld voor de versterking van de regionale economie, beter openbaar vervoer en de aanleg van enkele wegen, zoals een zuidelijke ringweg bij Groningen.

Studeren

Eurlings is tevreden dat het kabinet een definitief besluit heeft genomen. "Het was geen gemakkelijke keuze. We hadden er best weer 2 jaar over kunnen studeren en een besluit weer door kunnen schuiven naar een volgend kabinet", aldus de CDA-minister. "Maar wij hebben een keuze durven maken."

Over de aanleg is jarenlang gepraat. In april 1998 ondertekende het eerste kabinet-Kok met de drie noordelijke provincies het Langman-akkoord, waar nationale steun werd toegezegd voor de verbetering van de economische en ruimtelijke structuur van de regio. In dat akkoord werd de aanleg van de Zuiderzeelijn beloofd.

Noodzaak 

Naar aanleiding van het parlementaire onderzoek naar de kostenoverschijdingen van grote infrastructurele projecten als de Betuwelijn en de HSL (de commissie-Duivesteijn) kwam Den Haag van deze belofte terug. Minister Peijs van Verkeer maakte in april 2006 bekend dat het kabinet-Balkenende II geen nut en noodzaak zag in die lijn. 

De aanleg van de beloofde magneettrein zou zeker 8 miljard euro kosten, maar ook de kosten van een HSL-trein werd al op 5 miljard euro geschat.

De noordelijke provincies reageerden woedend en de Tweede Kamer drong weer aan op een onderzoek naar een goedkoper alternatief.

Het kabinet Balkende IV beloofde in het regeerakkoord vervolgens dat er een lijn zou komen óf dat er alternatieve maatregelen zouden worden genomen om de regionale economie te versterken. 

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio