Het aantal huishoudens dat leunt op een bijstandsuitkering is de afgelopen jaren gedaald van ruim 6 procent naar ruim 5 procent. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) over de periode 2000-2006.
Vooral jongeren in de grote steden leunen steeds minder op de bijstand. Vrijwel alle steden met minstens 150.000 inwoners laten een afname van het aantal mensen met een bijstandsuitkering zien.
Uitzondering is Almere. In die stad steeg het aantal jongeren dat afhankelijk is van de bijstand, waardoor het totale aantal mensen met de uitkering gelijk bleef.
Schuld
De gemeenten hebben nog 1,3 miljard euro terug te vorderen van uitkeringsgerechtigden, gebaseerd op de stand van eind juni 2007. Volgens het CBS is er sprake van een lichte stijging.
700 miljoen bestaat uit ten onrechte uitbetaalde uitkeringen. 420 miljoen bestaat uit geleend geld, bedoeld voor het kopen van bijvoorbeeld een koelkast en een wasmachine.
Terugvordering is echter vaak moeilijk, omdat de uitkeringsgerechtigde van het bestaansminimum moet leven. In de praktijk wordt de lening daarom een gift, aldus het CBS.
Opleidingsniveau
Van de bijstandsgerechtigden hebben twee op de drie 15-64-jarigen een laag opleidingsniveau. Dat wil zeggen dat ze geen afgeronde opleiding op mbo-2, havo- of vwo-niveau hebben.
Lager opgeleiden zitten langer in de bijstand dan mensen met een hogere opleiding.
Ongeveer 7 procent van de bijstandsontvangers had een diploma in het hoger onderwijs.
Deel deze pagina
»