Bij een aanslag in het zuiden van Pakistan zijn zaterdagochtend opnieuw zeven mensen om het leven gekomen. Hoewel de onrust na de bloedige aanslag op de campagnekaravaan van kandidaat-premier Bhutto donderdag aanhoudt, gaan de verkiezingen in januari gewoon door. Dat verzekerde premier Aziz vandaag. Bhutto zelf zegt "nooit te zullen toegeven aan extremisten".
De bom in een plaats in de zuidelijke provincie Baluchistan ging af op een markt. Zes mensen raakten gewond.
Bij de aanslag op Bhutto's campagnekaravaan kwamen donderdag zeker 139 mensen om het leven. Er vielen 325 gewonden. De voormalige premier die eerder deze week terugkeerde na jaren in het buitenland te hebben gewoond, zat in een campagnebus en bleef ongedeerd.
Zaterdag gaf de Pakistaanse politie een foto vrij van de dader van de zelfmoordaanslag. De foto's tonen alleen het hoofd, dat bij de explosie van de romp werd gescheiden. Volgens Pakistaanse kranten ging het om een twintiger, mogelijk uit de omgeving van Karachi.
Schuldvraag
Het aantal aanslagen in het land is fors toegenomen sinds de bestorming van Rode Moskee in Islamabad, die door radicale moslims was bezet. Het geweld wordt gewoonlijk toegeschreven aan islamitische militanten die banden hebben met de Taliban en al-Qaida.
Bhutto zei vrijdag echter dat mogelijk ook andere vijanden van haar PPP-partij verantwoordelijk konden zijn voor de aanslag van donderdag. Ze beschuldigde, naast al-Qaida en de Taliban, ook overgebleven aanhangers van de vroegere dictatuur van generaal Zia. Die liet Bhutto's vader in 1977 na een staatsgreep ophangen.
"Het was een aanslag door een militante minderheid die niet wordt gesteund door het Pakistaanse volk. Een minderheid die alleen kon triomferen in een militaire dictatuur."
Bhutto vroeg zich ook af hoe het kon dat vlak voor de explosies de straatverlichting uitviel. Dat zou erop kunnen wijzen dat ook regeringsfunctionarissen of militairen bij het complot waren betrokken, hoewel ze geen directe beschuldigingen uitte.
Bhutto zei wel dat ze "van een bevriende natie" een aantal telefoonnummers had gekregen van terreurgroepen die het op haar leven hebben voorzien. Ze had die informatie dinsdag al doorgegeven aan president Musharraf. De brief was gedateerd op 16 oktober, twee dagen voor de aanslag.
Spelletjes
De regering is niet gelukkig met Bhutto's uitspraken.
"Ik vind dat we moeten stoppen met deze spelletjes", zei minister van Informatie Tariq Azim. "De regering heeft voor de best mogelijke beveiliging voor haar gezorgd. Door de schok zeggen ze dingen die ze eenmaal afgekoeld niet zullen herhalen."
Het geweld kan de kandidaat-premier en president Musharraf dichter bij elkaar brengen. De twee sloten onlangs een deal over de verdeling van de macht. Musharraf heeft de steun van Bhutto's PPP nodig, en de president maakte in ruil daarvoor de weg vrij voor de terugkeer van Bhutto naar Pakistan.
Deel deze pagina
»