Onno Blom was nog maar net begonnen met de biografie. De dood van Jan Wolkers kwam voor hem veel te snel. Maar de laatste dagen van de schrijver maakte hij van dichtbij mee. Verslaggever Jeroen Wielaert ontmoette de biograaf op Wolkers' geliefde Texel.
Het is voor een biograaf vreemd om te moeten beginnen bij het einde, erkent Blom. "Dat is inderdaad heel bizar. In zekere zin ben ik nu echt met schrijven begonnen, maar dan bij het laatste hoofdstuk. Jan Wolkers is nu dood, heel onverwacht."
Blom had zich heel veel voorgesteld van de samenwerking met Wolkers bij het schrijven van zijn boek. Het einde kwam onverwacht. Maar de stemming is niet echt bedrukt in huize Wolkers.
Kleur, spatten, verf
"Gek is dat. Er is vandaag ontzettend veel gelachen hier in huis. Geweldig veel plezier. De sfeer van Jan is dus niet weg, dat merk je steeds. We hebben ook nog steeds het gevoel, als er wat gekraak of geschuifel klinkt, dat Jan zo de deur open doet en binnenloopt."
Het bekende huis op Texel, dat Wolkers 'Pomona' doopte naar de Romeinse godin van de boomvruchten, is nog vol van het leven van de schrijver en kunstenaar. Boven staat nog de grote vleugel, beneden de Afrikaanse kunstwerken en de boekenkast met al zijn werk.
"Het zijn de bewijzen van zijn aanwezigheid", zegt Blom. "Hij zat boordevol leven, overstromend. Champagne die over de rand van de fles loopt. Dàt is Wolkers. Vitaliteit, gulzigheid, dóórgaan, kleur, spatten, verf.
Dat is het, dat zie je hier. En dat gaat ook door, ik denk niet dat dat verdwijnt. Ik denk niet dat het huis nu een museum of mausoleum wordt, nee. Het past ook bij Karina, Tom en Bob, en het blijft zo zolang zij er zijn."
Humor
De laatste dagen voor zijn dood sprak de biograaf nog intensief met Wolkers. Over van alles.
"Vorige week donderdag had Jan gevraagd of ik naar hem toe wilde komen. Hij lag toen in het ziekenhuis, en ik heb een uur of een drie met hem doorgebracht. We hebben heel lang en goed zitten praten, en ook dat was zo'n gesprek met Jan waar de humor vanaf spatte. Het was ook helemaal geen treurig gesprek."
Maar het ging ook wel over de dood, herinnert Blom zich. "Je moet je natuurlijk realisteren dat Wolkers zijn leven lang geobsedeerd is geweest door de dood. En hij voelde die naderen. Dat wil niet zeggen dat hij vorige week wist dat hij nu dood zou zijn, geenszins, maar hij lag natuurlijk wel vrij weerloos in een ziekenhuisbed en dat zal hem wel wanhopig gestemd hebben af en toen."
Ze spraken ook over wat Wolkers zou willen na zijn overlijden. "Ik kan me herinneren dat we het hebben gehad over de laatste woorden van Gerrit Achterberg en dan volgde meteen een citaat uit een gedicht. En hij citeerde In Memoriam Slauerhoff van Adriaan Roland Holst. Dus het was absoluut iets wat hem bezighield."
Sereen
Blom was er tot het einde toe bij. Wolkers vertrok uiteindelijk op een serene manier, vertelt de biograaf.
"Op een hele mooie manier, voor zover dat kan. Hij is dinsdagmiddag thuisgekomen. Aan de kop zat hij, zoals altijd, met uitzicht op de weilanden van Texel en de schapen en de vogels en de berkenbomen. Zo heeft hij nog de hele middag doorgebracht met Karina, Bob en Tom."
"Hij is naar bed gegaan en 's nachts nog even wakker geworden. Hij vroeg om wat te drinken en eten. Karina heeft nog twee boterhammen met jam gemaakt en daar heeft-ie een paar hapjes van gegeten en hij heeft gezegd: zo is het genoeg. Hij heeft gelachen naar Karina en hij is in slaap gevallen. En uit die slaap is ie niet meer wakker geworden."
Nootmuskaat
"Ik denk niet dat Wolkers troost zocht in het leven, maar ook niet in de dood. Ik denk dat hij een heel heldere denker was in dat opzicht. Hij was gefascineerd en geobsedeerd door de uitingsvormen van de dood, tot en met de maden die de schedels uithollen."
"Maar ik denk niet dat hij nieuwsgierig was om te kijken of het rijk der hemelen bestaat. Nee. Hij zei ook altijd: mijn werk vergaat, de Nachtwacht verkruimelt, en zelfs de piramiden zullen vergaan tot stof als een bus nootmuskaat."
Deel deze pagina
»