Inwoners van Oost-Europese EU-landen moeten verplicht worden een inburgeringscursus te volgen. Een meerderheid van de Tweede Kamer (CDA, PvdA en VVD) vindt dat er meer aandacht moet komen voor de inburgering van deze groep gastarbeiders.
Door het openen van de grenzen komen steeds meer mensen uit onder meer Polen naar Nederland om te werken. Veel Kamerleden zien nieuwe problemen ontstaan als deze groepen de Nederlandse taal niet spreken.
In de huidige situatie kunnen Oost-Europese arbeidsmigranten, in tegenstelling tot nieuwkomers uit Marokko of Turkije, niet verplicht worden tot inburgeringscursussen omdat ze EU-ingezetenen zijn.
Ingewikkeld
Een meerderheid van de Tweede Kamer wil desnoods de regels veranderen. Volgens de Kamerleden Dijsselbloem (PvdA) en Van Toorenburg (CDA) betekent het feit dat Oost-Europeanen EU-ingezetenen zijn niet dat er zich geen inburgeringsproblemen voordoen.
"Het gaat weliswaar om Europeanen, maar ze hebben toch een wat andere cultuur en een ingewikkelde taal", aldus Van Toorenburg. "Voor de wet moet een moderne Turk uit Istanbul wel inburgeren en iemand van het Bulgaarse platteland niet", aldus VVD-Kamerlid Zijlstra.
Tweede Kamerlid Jeroen Dijsselbloem pleit voor een verbrede leerplicht, waardoor ouders van Poolse kinderen die in Nederland naar school gaan een taalcursus moeten volgen. Van Toorenburg wil verplichte opvoedingsondersteuning.
Minister Ella Vogelaar (Integratie) ziet echter "geen juridische mogelijkheden", ook niet voor verplichte taalcursussen aan ouders. Volgens haar kun je EU-burgers uit verschillende landen niet verschillend behandelen.
Teruggaan
Dijsselbloem verwacht dat de meeste Oost-Europeanen die nu in Nederland zijn op den duur weer teruggaan naar hun eigen land. "Maar een deel zal blijven", aldus Dijsselbloem. Daarom moet er snel wetgeving komen om taalproblemen aan te pakken. "Anders zijn we straks weer niet goed voorbereid."

»
»
»