Het idool Warhol

Door Jeroen Wielaert

Twintig jaar na zijn dood is hij al veel langer beroemd dan het kwartiertje dat hij iedereen gunde. Bij de opening van een nieuwe tentoonstelling van zijn werk in het Stedelijk Museum lijkt het alsof de faam van Andy Warhol alleen maar is toegenomen. 

Blinde adoratie gaat gepaard met oprechte verbazing voor wat hij allemaal méér heeft gemaakt dan de schilderijen van Campbell-soepblikken en Marilyn Monroe waarmee hij naam maakte als meester van de massaconsumptiekunst.

Other Voices, Other Rooms. Zo heet de expositie, naar de regels van Truman Capote, de schrijver die Warhol ooit afwees als minnaar. 

Factory

Warhol moet zich thuis gevoeld hebben in de tijdelijke behuizing van het Stedelijk aan het IJ. Het heeft wel wat weg van de Factory, het smoezelige pand in Manhattan dat in de jaren zestig zijn eigen magische centrum werd nadat hij zich als een verlegen reclametekenaar uit Pittsburg in New York had gevestigd. 

Hij ontplooide er een bonte hofhouding vol poppy jonge mensen, dichters, schilders, muzikanten, dromers, dweilers, feestbeesten, allemaal helemaal te gek, een weirde, lijpe grotestadsscene. De bekendsten: Edie Sedgwick, John Cale, Nico en Lou Reed. 

Andy Warhol was een magneet van mafheid. Iedereen wilde erbij horen, Andy kennen, bekend zijn als onderdeel van Andy's wereld. Maar niemand kende Andy echt helemaal. Hij líet zich niet kennen, schuw als hij was. Wat hij wilde laten zien was zijn kunst: de permanente reproductie van de wereld om zich heen, mét de fenomenen van de tijd en het leven, álles wat hij wilde vastleggen om het niet te verliezen.

Maniakale vereeuwigingsdrift

Warhol was niet de beste schilder van de twintigste eeuw. Het was zijn magische kracht als reclameman dat zijn beelden langer zijn blijven hangen dan momenten in de tijd, dat ze aan de vluchtigheid der dagen zijn ontsnapt. Zo wilde hij het, in maniakale vereeuwigingsdrift. Zo werkte hij aan de promotie van een product dat zou blijven tot lang na de uiterste houdbaarheidsdatum. Het was Big Business. En het geniale behoud van Andy Warhol.

De Keulse tentoonstellingsmaakster Eva Meyer heeft in Amsterdam vooral gekozen voor de bewegende beelden van Warhol: zijn lange, bizarre, minimalistische films. Ze worden samen vertoond in een bijzondere lange zaal waar de bezoekers lekker kunnen zitten, hangen. Op, onder, tegen golvende banken.

Meijer: "Ik dacht dat ik hem kende, maar toen ik zijn films zag bleek dat niet waar. Daar heb ik heel veel tijd in gestoken. Ik snap nu meer hoe ze naar hem kijken en hoe hij zelf naar de mensen heeft gekeken. Er zijn veel invalshoeken. Het blijft spannend. Die films zijn nooit op deze manier in bioscopen vertoond. Uiteindelijk gaat het bij hem allemaal om de dood. Hij wil het leven vasthouden. Het is levendrift, maar ook liefde voor mensen."

Big Brother

Wat in the Factory begon mondde uit in Big Brother. Meijer: "Hij was de eerste om zo met televisie om te gaan, om mensen het onderling te laten uitzoeken."

Zo zou Warhol ook Idols bedacht kunnen hebben. En ín de tentoonstelling kunnen mensen een filmpje van zichzelf maken.

Meijer: "Ieder mens is beroemd, dat was zijn gedachte, of het nu een kunstenaar is of wie ook. Zo voelde Warhol dat: ieder mens heeft een grote waarde."

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio