De Amerikanen Mario Capecchi en Martin Evans en de Brit Oliver Smithies hebben de Nobelprijs voor Medicijnen toegewezen gekregen. Het Nobelcomité in Stockholm heeft dat bekendgemaakt.
Aan de prestigieuze prijs is een bedrag van één miljoen euro verbonden. Later deze week volgen de overige Nobelprijzen, waaronder die voor de literatuur en de vrede.
Capecchi, Evans en Smithies krijgen de prijs onder meer voor hun ontdekking hoe bepaalde genen 'uitgezet' kunnen worden.
Muizenembryo's
De wetenschappers deden baanbrekend werk met het DNA van muizen. Ze wisten met een nieuwe methode als eersten genen in stamcellen van muizenembryo's met zeer grote precisie te modificeren.
Daarmee legden ze de basis voor andere gen-technologie zoals klonen. Ook leidde het tot meer kennis op celniveau over ziekten als kanker, diabetes en hart- en vaatziekten.
Volgens het Nobelcomité heeft de techniek van Capecchi, Evans en Smithies geholpen de kennis te vergroten over "talloze genen die een rol spelen bij de embryonale ontwikkeling, de fysiologie van volwassenen, ouderdomsverschijnselen en ziekte."
Kanshebbers
Andere kanshebbers voor de prijs waren de Amerikaanse wetenschappers Elizabeth Blackburn, Carol W. Greider en Jack W. Szostak. Er wordt al enige jaren gespeculeerd over een Nobelprijs voor dit trio.
Hun baanbrekende werk betrof de ontdekking van het enzym telomerase. Dit enzym bleek een grote rol te spelen bij de groei van kankercellen en mogelijk ook bij ouderdomskwalen.
Een andere favoriet was de Britse onderzoeker Sir Alec Jeffreys. Hij ontdekte in 1984 dat uit DNA-materiaal was op te maken van wie het afkomstig is. Die ontdekking heeft vooral een grote rol gespeeld in de ontwikkeling van forensisch onderzoek en de identificatie van slachtoffers bij rampen.
Vorig jaar ging de Nobelprijs voor Medicijnen naar de Amerikanen Andrew Z. Fire en Craig C. Mello. Ook zij werden beloond voor hun baanbrekende genetische onderzoek.
Deel deze pagina
»
»
»