De Hoge Raad in Den Haag heeft het cassatieberoep van Davy V. afgewezen. Het hof veroordeelde hem eerder tot vijf jaar cel voor het gooien van een stoeptegel waarbij een automobiliste op 9 januari 2005 om het leven kwam.
De verdachte werd op 16 maart 2006 al door het hof veroordeeld omdat de rechter hem medeplichtig achtte bij de moord. Ook moest hij een schadevergoeding betalen aan de nabestaanden.
Voor het gooien van een zak puin naar een rijdende vrachtwagen op de A4 werd de verdachte door het hof vrijgesproken. Deze chauffeur kwam met de schrik vrij.
Hoger beroep
Davy V. was het niet met de straf eens en stelde daarom weer een hoger beroep in. Het openbaar ministerie wilde een hoger beroep tegen de vrijspraak voor het gooien van de zak puin.
In januari 2005 gooiden vier jongens een stuk tegel vanaf een viaduct bij hun woonplaats in Rijswijk. De 30-jarige automobiliste uit Uden werd door het stuk steen geraakt en overleed.
Voorbedachten rade
Volgens de rechter hadden de mannen kunnen weten wat de gevolgen konden zijn van hun daad. Ze werden daarom eerder veroordeeld voor moord met voorbedachten rade. De twee hoofdverdachten kregen vijf en zes jaar cel.
De derde verdachte kreeg van de rechtbank 24 maanden, maar werd in maart in hoger beroep vrijgesproken. De vierde verdachte had geen hoger beroep ingesteld tegen de door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf.
A-typisch
Het Hof sprak destijds van een a-typische moordzaak omdat de jongens 'het doden van een persoon' niet als doel hadden. Ook hadden de jongens een blanco strafblad. Vandaar dat de straffen lager waren uitgevallen dan een 'gewone' moordzaak.

»
»
»