Rijkswaterstaat moet zo snel mogelijk extra zand aanbrengen bij de Hondsbossche Zeewering tussen Petten en Camperduin. Dat vinden het hoogheemraadschap en de provincie Noord-Holland. Ze zijn bezorgd over de veiligheid van de kust.
Uit een nieuw rapport blijkt dat het risico dat het zeewater vrij spel krijgt, veel groter is dan tot nu toe werd aangenomen. Dat komt doordat een geul vlak voor de kust onverwacht meer is uitgesleten dan gewenst.
"Door de diepte slaan de golven met grotere kracht tegen de dijk", zegt Martijn Brabander, woordvoerder van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.
Faalkans
Een megazandbank moet bij storm de verwoestende kracht van de Noordzeegolven breken, voor ze de waterkering bereiken. Vooral het centrale deel van de zeewering is over een afstand van twee kilometer niet tegen dergelijke golven opgewassen.
De norm staat toe dat het water één keer in de 10.000 jaar over de waterkering slaat. Maar de zogeheten faalkans is nu één keer in de achthonderd jaar.
Overigens is er geen gevaar dat de dijk het begeeft. "Maar bij een samenloop van invloeden, zoals hoogwater en een superstorm, kan het water over de dijk in de polder stromen", stelt Brabander.
Stormseizoen
In dat geval ontstaat volgens Brabander vooral economische schade in het dorp Petten. "De kans op slachtoffers is heel klein, gezien het goede waarschuwingsysteem."
Het storten van extra zand moet volgens het hoogheemraadschap en de provincie snel gebeuren. Het liefst moet er nog mee begonnen worden voor het nieuwe stormseizoen begint, over twee weken.
Deze week heeft Rijkswaterstaat een gesprek over de Hondsbossche Zeewering met staatssecretaris Huizinga (Waterstaat). Vandaag zit Rijkswaterstaat om de tafel met vertegenwoordigers van het hoogheemraadschap en de provincie.
Deel deze pagina
»
»
»