Opleiding ouder bepaalt opleiding kind

Als je voor een dubbeltje geboren bent, word je nooit een kwartje. Die uitspraak is waar, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Kinderen van laagopgeleide ouders zijn vaak zelf ook laagopgeleid. En of een kind later een goed inkomen zal krijgen, wordt in belangrijke mate bepaald door de financiële situatie van de ouders. 

De 25- tot 44-jarigen met laagopgeleide ouders hebben zes keer meer kans om zelf ook laagopgeleid te zijn dan dezelfde leeftijdsgroep met hoogopgeleide ouders. 

Ouderen

Bij ouderen is de kans nog veel groter. Mensen tussen de 45 en 64 jaar met laagopgeleide ouders hebben zelfs 11 keer meer kans op een laag opleidingsniveau.

Het opleidingsniveau van beide generaties is wel hoger dan dat van hun ouders. De jongere generatie is dan ook beduidend beter opgeleid dan de oudere. 

Van de 25- tot 44-jarigen is 17 procent laagopgeleid en 39 procent hoogopgeleid. Bij de 45- tot 64-jarigen is 37 procent laagopgeleid en 27 procent hoogopgeleid.

Inkomen

Ook het inkomen van de ouders speelt een rol bij de opleiding. Kinderen, wiens ouders regelmatig financiële problemen hadden, hebben bijna twee keer zoveel kans om laagopgeleid te zijn dan kinderen met ouders zonder financiële problemen. Dit geldt voor beide generaties.

 

Verder meldt het CBS dat laagopgeleiden vier keer meer kans hebben op een laag inkomen dan hoogopgeleiden. Zij zijn vaker te vinden in de onderste regionen van de inkomensverdeling. Tussen de beide generaties is hierin vrijwel geen verschil.

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio