Door Daan van de Staaij
Burgerschap is hot. Het is één van de speerpunten van de regering-Balkenende. Maar wat betekent het concreet voor je gedrag op school, op straat of thuis? Steeds meer scholen trainen hun leerlingen in democratische vaardigheden. Zoals in Overvecht, waar een landelijk experiment navolging krijgt.
Ze moeten rustig zijn, niet vechten en respect tonen naar elkaar en naar volwassenen. De hele klas is het daarover eens. Maar moeten die afspraken worden uitgebreid met nieuwe regels, nu het nieuwe schooljaar is begonnen?
Groep 8 van Openbare Basisschool Overvecht vergadert erover. Met een voorzitter, een vice-voorzitter en een secretaris. "Een beloning voor wie zich goed gedraagt?", suggereert een leerling. "Misschien moeten we een voorbeeld zijn voor de jongere leerlingen", probeert een klasgenoot.
Gedragscode
De uitkomst na een uur lang beraad: geen nieuwe regels. De gedragscode die de klas vorig jaar voor zichzelf heeft opgesteld, is goed genoeg en heeft zich bewezen. De vergadering maakt deel uit van een omvangrijk lesprogramma over democratie en burgerschap.
Daarmee wil de Utrechtse school haar leerlingen opleiden tot democratische burgers die de rechten en plichten van Nederland begrijpen. Het hele jaar door leren de kinderen vanaf de onderbouw vergaderen, omgaan met conflicten, onderhandelen, inleven in andere culturen en discussiëren over vrijheid van meningsuiting.
De parlementaire democratie wordt binnen de schoolmuren nagebootst. Een eigen veiligheidscommissie ziet toe op het veiligheidsklimaat en kinderen kunnen zaken op de agenda zetten bij de schoolleiding.
Aandachtswijken
Burgerschap, leer je dat dan niet vanzelf of van je ouders? Niet altijd, in een wijk als Overvecht, één van de 40 'aandachtswijken' van het kabinet. Waar kinderen meer dan gemiddeld worden geconfronteerd met armoede, éénoudergezinnen, onveiligheid op straat, sociale achterstanden. En waar meer dan 34 nationaliteiten samenleven.
"Veel van de gezinnen komen oorspronkelijk uit landen die geen democratische traditie kennen. De kennis over de Nederlandse samenleving loopt achter", zegt directeur Carolien Verhoeff. Iets wat overigens niet alleen speelt in de achterstandswijken; het lesprogramma valt ook in goede aarde op een school in één van de beter gesitueerde buurten in Utrecht.
"Het is ónze school, ónze buurt, óns land, dat is het gevoel dat we ze bijbrengen", licht Verhoeff toe. We creëren binding met de samenleving, kinderen moeten leren dat ze geen passant zijn, ze zijn niet te gast."
Polarisatie
Het programma is ontwikkeld in de periode na de moord op Van Gogh. In samenwerking met de Universiteit Utrecht en twee andere Utrechtse scholen werd een passend antwoord bedacht op de toegenomen polarisatie in de samenleving. Er werd nadrukkelijk gekozen voor een 'softe' aanpak.
"Al die harde maatregelen die de laatste tijd worden aangekondigd in het jeugdbeleid, zullen op de lange termijn niet helpen. Uiteindelijk helpt het meer om vanaf de basis te beginnen en te investeren in het denken en gedrag van scholieren", zegt Micha de Winter, hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit Utrecht.
Voor échte raddraaiers zijn strenge maatregelen wel passend en nodig, zegt Verhoeff. "Maar de aandacht is teveel gericht op die kleine groep ontspoorde jongens, terwijl de grote meerderheid zich behoorlijk goed staande houdt en aan een toekomst werkt in deze wijk."
Bemiddelaar
De burgerschapsvorming heeft tot nu toe positieve effecten, zegt de schoolleiding. Leerlingen geven aan dat ze zich veiliger voelen op school. Ook in de buurt blijft het niet onopgemerkt. Winkeliers is het opgevallen dat kinderen vaker als bemiddelaar optreden als een leeftijdsgenootje zich misdraagt op straat.
De aanpak gaat dit nieuwe schooljaar ook op andere scholen van start. Twintig scholen verspreid over het land nemen de lesmethode over. De Onderwijsinspectie wil dat álle scholen dit soort programma's hanteren. Sinds vorig jaar moeten scholen aandacht besteden aan Burgerschap. De Inspectie gaat er dit jaar strenger op toezien dat scholen zich daaraan houden.
