Twaalf jaar en tbs voor Julien C.

De rechtbank in Breda heeft Julien C. veroordeeld tot twaalf jaar cel en tbs met dwangverpleging voor doodslag. Hij bracht op 1 december vorig jaar de 8-jarig Jesse om op een basisschool in het Brabantse Hoogerheide.

Twee weken geleden eiste het Openbaar Ministerie 20 jaar cel en tbs wegens moord. Volgens justitie heeft C. het jongetje met voorbedachte rade doodgestoken, maar dat achtte de rechter niet bewezen. 

Volgens de rechter is het niet zeker dat de verdachte het plan had iemand te doden. Er zijn volgens hem meer redenen te verzinnen dat C. met een mes op zak naar school ging. Zijn innerlijke onrust wees ook niet op een moordplan.

De rechtbank noemde het misdrijf buitengewoon laf, een ernstige schok voor heel Nederland en onvoorstelbaar voor de ouders en zusjes van het slachtoffer. 

Strafverzwarend

De 23-jarige verdachte bleef voor de rechtbank ontkennen en wilde geen openheid geven. Dit telde mee als strafverzwarend. 

Getuigen hebben C. op twee verschillende plaatsen vuilniszakken zien verstoppen die kleding bevatten waarop bloedsporen van Jesse zijn gevonden. 

Er is ook bloed gevonden op een deur in de woning van de moeder en stiefvader van de verdachte. En in het bloed in het lokaal waar het slachtoffertje werd gevonden, zijn schoensporen aangetroffen die wijzen naar Julien C. 

Justitie tast nog steeds in het duister over een motief. Al heeft officier van Justitie Paul Emmen wel een idee: de eenzame, wraakzuchtige verdachte wilde een daad stellen zoals bekend van geruchtmakende schoolmoorden in de VS. 

De verklaring van Julien C. werd door de rechtbank onwaarschijnlijk geacht. Volgens hem is hij op de dag van de moord bedreigd en mishandeld door drie mannen wegens een openstaande schuld van ongeveer 5200 euro. 

Ze dreigden zijn pleegbroertje, die bij Jesse in de klas zat, iets aan te doen. De verdachte vermoedt dat één van zijn belagers Jesse heeft verwisseld met zijn broertje en hem heeft vermoord. 

Alibi

Dit alibi is op zichzelf al niet eenduidig, aldus de rechter. C. ging gedurende het onderzoek steeds in zijn verhaal mee met de tot dan toe bekende onderzoeksresultaten en wisselde voortdurend van verklaring. Zelfs op de zitting kwam hij weer met een deels ander verhaal. 

Buiten de verwondingen op de armen van de verdachte, die hij zich ook goed zelf kan hebben toegebracht, zijn er geen aanknopingspunten die zijn verhaal ondersteunen.

Het verhaal van Julien C. is in strijd met meerdere getuigenverklaringen. Zo hebben twee leraressen hem al rond 11.15 in het gebouw gezien en hebben twee van de drie mannen een sluitend alibi. 

De rechtbank stelde vast dat de dader de man moet zijn geweest die één van de leraressen de trap zag oplopen en die een andere lerares de trap zag afkomen. De signalementen die beide leerkrachten gaven passen bij het signalement van de verdachte.

Antisociaal

C. wilde niet meewerken aan een psychologisch onderzoek van het Pieter Baan Centrum. Dat doet volgens de rechter nauwelijks ter zake. Zijn misdaad is volgens de rechtbank het bewijs dat hij er niet in is geslaagd een stabiel leven te ontwikkelen.

In een eerdere strafzaak in 2004 werkte de verdachte wel mee aan een psychologisch onderzoek. De conclusie was toen dat Julien antisociale en narcistische persoonlijkheidstrekken had.

De rechtbank constanteerde dat de aanleg voor een geestelijke stoornis in 2004 aanwezig was en daarom werd tbs met dwangverpleging opgelegd. 

Advocaat Gerard Spong spreekt van "psychologie van de koude grond". Hij gaat in hoger beroep.

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio