Het wordt voor afgestudeerde hogeschoolstudenten steeds gemakkelijker om snel aan de slag te komen. Van de HBO'ers die in 2005 afstudeerden, hadden vier van de vijf binnen één maand een baan.
Drie maanden na het afstuderen was dat al 90 procent. Anderhalf jaar later zat 96 procent in een passende functie, een half procent meer dan een jaar daarvoor.
Dat blijkt uit een jaarlijks onderzoek naar de kansen van afgestudeerde HBO'ers op de arbeidsmarkt, in opdracht van de hoge scholen uitgevoerd door het Research Centrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA).
Ter vergelijking: onder academici die in 2005 afstudeerden, was de werkloosheid na vijf maanden nog negen procent.
Verbetering
In vergelijking met de meting in het jaar daarvoor is de werkgelegenheid van HBO-afgestudeerden toegenomen met gemiddeld een half procent. De verbetering doet zich voor in vrijwel alle sectoren.
Opvallend is dat de werkgelegenheid onder afgestudeerde leraren basisonderwijs juist afnam. De kansen van leraren in het voortgezet onderwijs verbeterden wél. "Deze cijfers bevestigen dat de kern van het lerarentekort in het voortgezet onderwijs zit en niet in het basisonderwijs", zegt Paul Helbing van de HBO-raad.
De werkloosheid onder afgestudeerden is het kleinst in de sectoren techniek (2,1 %) en gezondheidszorg (2,7%). In de kunstensector is de werkloosheid groter dan in andere sectoren (12,3%), maar ten opzichte van het jaar daarvoor (18,3%) was er sprake van een scherpe daling.
Theoretisch
In het onderzoek, waar meer dan twintigduizend voormalige studenten aan meededen, is ook gevraagd hoe ze terugkijken op hun opleiding. De overgrote meerderheid (87%) is tevreden over de verhouding theorie-praktijk. Bijna tien procent vindt de opleiding te theoretisch, vier procent vindt de opleiding te praktijkgericht.
Van alle studenten die hun opleiding met succes afrondden, zijn vier van de vijf tevreden over de moeilijkheidsgraad. Twee van de vijf vinden het te gemakkelijk, een kwart van de afgestudeerden vindt dat de opleiding onvoldoende diepgang heeft.
De gemiddelde Nederlandse student lijkt minder gedreven dan zijn buitenlandse collega. De ROA heeft een vergelijking gemaakt met het hoger beroepsonderwijs in Duitsland, Vlaanderen, Zwitserland en Oostenrijk. Daaruit blijkt dat Nederlandse HBO-studenten het minste aantal studie-uren per week maken en zich het minst inspannen om de hoogst mogelijke cijfers te halen.
Deel deze pagina
»