Een deel van de Amerikaanse militairen in Irak kan mogelijk naar huis, als het huidige offensief om Irak veiliger te maken, vruchten blijft afwerpen.
President Bush heeft dat gezegd bij zijn onverwachte bezoek aan de zwaarbeveiligde luchtmachtbasis in de Iraakse provincie Anbar. Hij sprak daar ondermeer met de militaire top en de Iraakse leiders.
De provincie Anbar gold tot voor kort als één van de onveiligste gebieden in Irak. Maar er zou nu sprake zijn van een ommekeer. Steeds meer lokale stammen kiezen ervoor om met het Amerikaanse leger samen te werken.
Congres
Het bezoek van Bush, die onder meer werd vergezeld door de ministers Condoleezza Rice van Buitenlandse Zaken en Robert Gates van Defensie, komt een week voordat de Amerikaanse generaal David Petraeus en de ambassadeur in Irak aan het Amerikaanse Congres moeten uitleggen wat het sturen van dertigduizend extra militairen sinds begin dit jaar heeft opgeleverd.
Bush is intussen uit Irak vertrokken naar Australië voor een bijeenkomst van de APEC, het economisch samenwerkingsverband van landen rond de Stille Oceaan.
Basra
Intussen zijn de Britten al wel begonnen hun troepen terug te trekken uit delen van Irak, tot ongenoegen van Washington. Vanochtend werd de belangrijke Britse basis in Basra overgedragen aan het Iraakse leger.
Volgens Groot-Brittannië fungeerde de Britse basis als een magneet voor aanvallen van opstandelingen. Het legerkamp werd dagelijks bestookt met raketten en granaten.
Nu de Britten weg zijn hoopt het Iraakse leger dat de beschietingen stoppen. Groot-Brittannië heeft de VS gegarandeerd dat er genoeg troepen in de buurt blijven om de veiligheid in de regio te garanderen.

»