Wie denkt dat hij een vreemde vogel is tegengekomen, zoals de kleine zilverreiger of de bijeneter, heeft zich niet vergist. In Nederland verblijven namelijk steeds vaker vogelsoorten uit Zuid-Europa.
Oorzaak is de klimaatverandering. Dat heeft ook een andere kant: voor vogels die hier hun leefgebied hadden, wordt het te warm. Soorten als de korhoen en de kemphaan vertrekken daardoor naar het noorden.
Dat blijkt uit de jaarlijkse vogelbalans van Staatsbosbeheer, het vogelonderzoekscentrum Sovon en Vogelbescherming Nederland.
Dit jaar zijn vooral de gevolgen van de opwarming van de aarde voor de Europese volgelstand in kaart gebracht. Conclusie is dat de vogelpopulatie drastisch verandert.
Levensritme
"De opwarming gaat zo snel dat veel vogels het niet kunnen bijbenen", zegt Mark Argeloo van Vogelbescherming. "De dieren hebben een heel vast levensritme, als daar inbreuk op wordt gemaakt heeft dat grote gevolgen."
Sommige soorten zijn nu al zeer sterk in aantal achteruit gegaan en bijna verdwenen. Als de opwarming toeneemt, zullen veel soorten domweg uitsterven. In Europa kunnen dat tientallen soorten zijn.
Zo krijgen vogels die hun leefgebied in Zuid-Europa hebben, het steeds moeilijker doordat het daar te droog wordt.
Ivoormeeuw
Andere vogelsoorten dreigen ten onder te gaan door opwarming van koude gebieden als de Noordpool en de Alpen. "Als het ijs op de Noordpool smelt, is er simpelweg geen gebied waar de ivoormeeuw naar toe kan", zegt Argeloo.
En door het verdwijnen van moerassen rond de Middenlandsezee gaat het leefgebied van moeras- en watervogels als de purperreiger verloren.
Ook het gedrag van sommige vogels verandert. Zangvogels in Nederland broeden bijvoorbeeld eerder in het jaar.
Vetlaag
Soorten als koolmees en pimpelmees hebben de afgelopen jaar lichaamsgewicht verloren, want hoe warmer het is, hoe dunner de vetlaag kan zijn.
Trekvogels komen vaak te laat van hun overwintering in Afrika terug in Nederland, waardoor er voor de jongen geen voer meer is (rupsen hebben zich al verpopt op het moment dat de vogels uit hun ei komen). Gevolg is dat er bijvoorbeeld steeds minder bonte vliegenvangers worden grootgebracht.
Voor zeevogels als papegaaiduikers, zeekoeten en drieteenmeeuwen is de opwarming van de noordelijke Noordzee niet zonder gevolgen. Er is daardoor minder zandspiering. Met deze vis brengen ze hun jongen groot, maar dat gaat steeds moeilijker.
Deel deze pagina

»
»
»