Door buitenlandredacteur Ivo Landman
Van nul tot bijna 190.000 inwoners in dertig jaar. Almere is de snelst groeiende stad van Nederland, en voorlopig zal er geen eind komen aan die groeistuipen, verwacht wethouder ruimtelijke ordening Adri Duivesteijn. "Straks is Almere de vijfde stad van het land."
Duivesteijn volgt de ontwikkeling van Almere al sinds de bouw in 1976 begon, acht jaar na de inpoldering van Zuidelijk Flevoland. Vooral uit interesse voor de architectuur. "Ik weet nog dat we toen moesten lachen om die nepgrachtjes. Dat was een initiatief om een stukje 'oude stad' te creëren, maar je zag de betonnen vloerplaten onder het water liggen."
In de loop der jaren werd Almere volwassen, of 'jong-volwassen' zoals het voormalige PvdA-Kamerlid het noemt. Van een verzameling nieuwbouwwijken is het nu uiteindelijk een echte stad geworden, compleet met het volwaardig centrum. Sinds de jaren tachtig is er aan het stadshart gewerkt - een fraai staaltje post-modernisme, ontworpen door befaamde architecten als Rem Koolhaas. "Als mensen het zien hebben ze vaak zoiets van: is dit Almere?"
Dubbelstad
Met het stadshart is de stad nog lang niet af. In 2050 zal Almere zo'n 350.000 inwoners tellen en een soort dubbelstad met Amsterdam gaan vormen.
In feite krijgt de noordelijke vleugel van de Randstad dan het karakter van een metropool. "Nog steeds een rotmetropooltje hoor, vergeleken bij grote steden in het buitenland", zegt Duivesteijn. Maar dat de wereldwijde urbanisatie ook aan Nederland niet voorbij gaat, is nergens duidelijker dan in Almere. Zeker als het vliegveld bij Lelystad wordt uitgebreid.
Voorwaarde voor de groei van zijn stad zijn volgens Duivesteijn vooral betere verbindingen met de rest van de Randstad, vooral Amsterdam.
Een metrolijn naar de hoofdstad zal al veel schelen, maar uitbreiding van de wegverbindingen zijn volgens de wethouder ook nodig. "Dat had 20 jaar geleden al moeten gebeuren. Als je niet wil bouwen in het groene hart, maar wel hier, dan moet ook de bereikbaarheid van Almere verbeteren. Je kunt niet alles hebben."
Kavelwinkel
Dat de stad zo snel kan groeien heeft een vrij eenvoudige reden: de overheid bezit sinds de inpoldering grote stukken grond en kan vrij makkelijk hele projectplannen omgooien. Nieuwe bewoners kunnen voor een stuk grond gewoon naar de 'Kavelwinkel' in het stadhuis.
"Toen ik hier begon hebben we een hele wijk op zijn kop gezet. De complexiteit van het 'vasteland' heb je hier niet."
Maar Almere wordt met de jaren wel op een andere manier complexer. Die pionierswoningen van toen zijn inmiddels de oude wijken van de stad. "We hebben geen wijken op die lijst van probleembuurten. Maar je ziet wel steeds meer grote-stadsproblemen zoals in andere steden, alleen niet in dezelfde mate."
Sommige van de oorspronkelijke pioniers trekken weg uit die oude buurten. Maar opvallend is dat ze vaak niet weg willen uit 'hun' Almere. Duivesteijn: "Ze verhuizen bijvoorbeeld naar Amsterdamse Poort en gaan dan toch weer in die zandvlakte wonen. In zekere zin zijn veel van hen nog steeds pioniers."
Deel deze pagina

»
»
»