In Nederland worden vandaag de slachtoffers van de Japanse bezetting in Azië tijdens de Tweede Wereldoorlog herdacht. Slachtoffer waren ook de zogenaamde troostmeisjes, vrouwen die moesten werken als seksslavinnen.
Verslaggeefster Mélinde Kassens reisde naar Korea om daar voormalige troostmeisjes te interviewen die wonen in 'The House of Sharing' in Seoul.
Op de dag dat ik aankom in Seoul, wordt in het Amerikaanse Congres de Honda-resolutie aangenomen. Tokio wordt daarin opgeroepen formele excuses te maken en op duidelijke en ondubbelzinnige wijze zijn historische verantwoordelijkheid te erkennen en te accepteren voor het inzetten van 'troostmeisjes' tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Onderdeel van de Japanse oorlogsindustrie was een uitgebreid netwerk van bordelen. Meisjes van soms net 12 jaar zaten opgesloten in een kamertje van 2 bij 2 meter. Zij werden soms 40 keer op een dag verkracht.
The House of Sharing ligt een uur buiten Seoul. Het is de plek waar negen vrouwen die als jong meisje door de Japanners gebruikt zijn, bij elkaar wonen. De oudste bewoonster, Oak-Yean Park, is negentig jaar.
Het eerste wat je ziet als je het terrein op loopt is het gedenkteken voor de 'troostmeisjes' , naast het museum. Een vrouw is tot haar middel weggezonken in de aarde. 'Niet ontloken bloem' heet het kunstwerk. Het is een beeltenis van Kim Hak Soon, de eerste Koreaanse vrouw die een getuigenis heeft afgelegd: "We must record these things that were forced upon us", zei zij in 1991.
Demonstratie
De vrouwen die dat nog kunnen, zoals Oak-Sun Lee en Oak-Sun Park reizen elke woensdag naar Seoul. Daar demonstreren ze samen met vrouwen verbonden aan andere belangenorganisaties, voor de Japanse ambassade.
Indrukwekkend, een rij oude vrouwen, die zich met hulp in een geel schort hijsen, vlaggen krijgen met kreten en daar elke week, al vijftien jaar lang, strijden voor hun gelijk.
Als ik met de vrouwen praat blijken zij niet alleen boos, maar ook bang dat de erkenning nooit zal komen. Hun leven staat nog steeds in het teken van wat hen als jong meisje is aangedaan.
Veel vrouwen zijn nooit getrouwd, hebben nooit meer intimiteit kunnen verdragen. Sommigen hebben wel familie maar ze hebben desondanks besloten hun laatste jaren te geven aan de strijd voor excuses en genoegdoening van de Japanse regering.
Veel vrouwen zijn al overleden en Oak-Sun Lee zegt ook zeker te weten dat de Japanse regering net zo lang wacht tot ze allemaal dood zijn. Als je die broze lichaampjes ziet dan kan dat niet meer lang duren.
Sommige vrouwen lijken geestelijk ver weg te zijn. Contact maken is onmogelijk. Drie liggen er in het ziekenhuis en de anderen liggen veel op bed in hun kleine kamertjes. Tijdens de regentijd doen hun lichamen nog meer pijn dan anders.
Congres
Opgebrand, opgebruikt, maar niet minder strijdbaar. Koon-Ja Kim die samen met de Nederlandse Jeanne Ruff O'Herne in het Amerikaanse congres heeft gesproken, weigert met me te praten. We zijn geen apen, mompelt ze, als ze de camera ziet. Ik vond het jammer dat juist zij niet wilde, maar ik begreep het wel.
De vrouwen wonen praktisch in het museum. Hun huis staat er pal achter.
De directeur vertelde me dat ze na het overlijden van de vrouwen hun kamers, persoonlijke bezittingen onderdeel van het museum willen maken. Ik vraag me af of zij niet nu al een onderdeel van het museum zijn, een levend museum.
Donderdagmiddag zijn we klaar met draaien. Oak-Eun Kill is de laatste die we geïnterviewd hebben. "Doe de groeten aan de Nederlandse Troostmeisjes en zeg hen dat we onze strijd samen moeten voortzetten." Dat zal ik doen, zeg ik.
De reportage over The House of Sharing is terug te zien in de uitzending van de Indië-herdenking, via de link in de rechterbalk.
Deel deze pagina

»
»
»