Een schilderij van Michiel de Ruyter in het Scheepvaartmuseum, een reliekschrijn van Willibrord in het Museum Catharijneconvent en de Vikingschat van Wieringen in het Rijksmuseum van Oudheden.
Zo maar drie willekeurige stukken uit drie rijksmusea, lijkt het.
Toch hebben deze stukken veel gemeen: het zijn alle drie topstukken en ze vertellen alle drie iets wezenlijks over de vaderlandse geschiedenis. Zeer geschikt dus voor een plekje in het toekomstig Nationaal Historisch Museum.
Maar of dit nieuwe museum ze ooit mag tentoonstellen is de vraag, want uit een rondgang langs de rijksmusea door de NOS blijkt dat tweederde van de rijksmusea niet staat te springen om hun topstukken uit te lenen aan het Nationaal Historisch Museum. Dit nieuwe museum krijgt geen eigen collectie en zal daarom afhankelijk worden van voorwerpen en objecten uit andere Nederlandse musea.
Depots
Minder moeite hebben de bestaande musea met het uitlenen van stukken uit hun depots. Maar voorwerpen uit de vaste collectieopstelling en de echte topstukken houden ze liever zelf.
"Voor een tijdelijke tentoonstelling willen we het wel overwegen", zegt Erik Schilp, directeur Zuiderzeemuseum, "maar voor een meer permanente regeling lijkt het me beter dat het Nationaal Historisch Museum verwijst naar het museum waar het stuk is".
"Wij lenen onze topstukken zo weinig mogelijk uit", aldus directeur Frits Duparc van het Mauritshuis, "omdat we ons eigen publiek niet willen teleurstellen".
Museum Catharijneconvent geeft als belangrijkste reden dat er een gat ontstaat als je een topstuk weghaalt uit de vaste opstelling.
"Ons museum bestaat namelijk uit een aantal themazalen met ieder een eigen verhaal. Als je een stuk moet missen klopt het verhaal niet meer. De reliekschrijn van Willibrord is zo'n stuk. In ons depot hebben we nog wel twee schilderijen van Willibrord, één daarvan zouden we wel best willen uitlenen aan het Nationaal Historisch Museum".
Kwartiermaker
In september stelt minister Plasterk van Cultuur een zogenaamde kwartiermaker aan, die de plannen voor het museum concreet moet gaan uitwerken.
Volgens Herma Hofmeijer, directeur van de Vereniging van Rijksgesubsidieerde Musea, is het belangrijk dat de kwartiermaker veel tact heeft, om te zorgen dat de musea bereid zijn mee te werken aan de totstandkoming van het Nationaal Historisch Museum. "Het moet iemand zijn die het veld goed kent".
Dit beaamt ook Jan Vaessen, medeontwerper van het plan voor het Nationaal Historisch Museum in Arnhem en directeur van het Openluchtmuseum. Vaessen maakt zich geen zorgen over de grote aarzelingen bij veel rijksmusea.
"Ik zou bijna willen beweren dat je geen goede directeur bent als je anders zou reageren. Het Nationaal Historisch Museum heeft natuurlijk topstukken nodig, maar ik denk dat je met een goed plan musea kan overtuigen. De presentatie waarvoor je een topstuk nodig hebt moet natuurlijk wel een meerwaarde hebben ten opzichte van de presentatie in het eigen museum".
Van Gogh
En wat te doen met Van Gogh? De schilder is een van de vijftig vensters in de canon van de Nederlandse geschiedenis, die als basis dient voor de inrichting van het Nationaal Historisch Museum.
Is het tonen van zo'n kostbaar schilderij van hem onontbeerlijk in het aanstaande Nationaal Historisch Museum?
"Niet per se", zegt Jan Vaessen, "je kan bijvoorbeeld ook denken aan een driedimensionale uitbeelding van een van zijn schilderijen".
Het Van Goghmuseum zelf heeft in ieder geval aangegeven best een echte Van Gogh uit te willen lenen, op voorwaarde dat de conservering ervan in orde is en dat het om een tijdelijke tentoonstelling gaat. De kwartiermaker wacht nog een zware klus.
Deel deze pagina

»
»
»