Russische vlag op zeebodem Noordpool

Bijna honderd jaar nadat het expeditieteam van Robert Peary een vlag plantte op de Noordpool, heeft een Russisch team zijn eigen driekleur naar de pool gebracht. Maar ditmaal is de vlag niet op het poolijs neergezet, maar meer dan 4000 meter eronder, op de zeebodem.

De operatie is uitgevoerd met behulp van twee bemande mini-onderzeeërs. De Russen hebben de vlag niet echt in de zeebodem neergezet, maar laten zakken in een roestvrije titanium cilinder - de garantie dat de banier heel blijft.

"De landing was zacht. De bodem om ons heen is geel-achtig. Er zijn geen zeedieren te zien", meldde expeditieleider Artoer Tsjilingarov vanuit een van de twee MIR 1-onderzeeërs.

Olie

Dat de vlag de eeuwen kan doorstaan is belangrijk, want voor de Russen staat er veel op het spel. De duikbootexpeditie heeft wat wetenschappelijke doelen, maar het gaat erom economische belangen voor Moskou veilig te stellen. Er zijn onder de Arctische pool grote olie- en gasreserves te vinden. 

Er zijn vijf landen die bezittingen hebben binnen de Poolcircel: Canada, Noorwegen, de VS, Denemarken (vanwege Groenland) en Rusland. Volgens het internationale recht hebben de vijf staten recht op een economische zone van 320 kilometer breed vanaf hun kustlijn. 

Maar Rusland claimt een groter stuk van het poolgebied, met het argument dat de Arctische zeebodem en Siberië op dezelfde continentale plaat liggen. Het stuk waar Rusland recht op heeft strekt zich volgens die visie uit tot aan de geografische Noordpool. Met de vlag willen de Russen het gebied symbolisch markeren.

Risico

Intussen was de missie van de Russen wel spectaculair, en ook niet helemaal zonder risico. Tijdens de Koude Oorlog voeren Amerikaanse en Russische onderzeeërs vaak onder het poolijs door, maar tot nog toe had er niet één de Noordpool bereikt. " We zijn overal op voorbereid", zei Vladimir Groezdev, bemanningslid van de MIR-1 voor vertrek.

Het grootste gevaar dreigde niet bij het neerlaten van de vlag, maar bij de terugkeer naar de oppervlakte. De mini-onderzeeërs moesten het gat in het ijs terugvinden waardoor ze zijn neergelaten, want de vaartuigen zijn niet sterk genoeg om op eigen kracht door het ijs te breken. Na 72 uur zou de zuurstof aan boord opraken.

Maar het avontuur liep goed af. Na 8 uur en 40 minuten onder het ijs dook de MIR-1 weer op tussen de ijsschotsen. Het zustervaartuig, de MIR-2, verscheen ruim een uur later.

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio