De levensloopregeling is mislukt. Dit stelt de econoom Lans Bovenberg, de architect van deze vorm van sparen. Er maken te weinig mensen gebruik van de regeling. De regeling levert namelijk pas op lange termijn voordeel op en werknemers denken vooral op korte termijn. De spaarloonregeling blijft dan ook populairder.
Als werknemers moeten kiezen tussen de twee regelingen, kiest maar vijf procent voor de levensloopregeling. Sinds 1 januari 2006 kunnen werknemers een deel van hun brutosalaris opzij zetten voor elke vorm van verlof, zoals zorgverlof, studieverlof, een sabbatical of ouderschapsverlof.
Maximaal mag maar twaalf procent van het bruto jaarsalaris op een speciale spaarrekening worden gezet. Het blijkt een groot nadeel dat het jaren duurt voor een werknemer kan beschikken over een aantrekkelijke verlofregeling. Er moeten dan ook forse bedragen zijn gespaard.
Lucratiever
Werknemers kiezen liever voor de bekendere spaarloonregeling, omdat die regeling lucratiever is. Een bedrag van maximaal 613 euro van het brutosalaris kan maximaal vier jaar op een spaarrekening staan. Na die verplichte periode kan dit bedrag met zo'n 100 euro aan rente worden opgenomen.
De spaarloonregeling kan ook overal voor worden gebruikt. De levensloopregeling mag alleen worden gebruikt voor verlofdagen.
De econoom Bovenberg pleit nu voor een aanpassing van de levensloopregeling. Het spaarloon moet worden opgenomen in de levensloopregeling. "De levensloopregeling wordt nooit populair zolang die blijft concurreren met het spaarloon", zegt Bovenberg.
Bereiken
Ook moet het mogelijk zijn het gespaarde levensloopsaldo op te nemen in geld na het bereiken van de leeftijd van 65 jaar.
Het spaarpotje zou ook gebruikt mogen worden om een periode van werkloosheid te overbruggen of in te zetten als iemand arbeidsongeschikt wordt, stelt Bovenberg. Zo wordt de levensloopregeling ook een spaarpost voor magere tijden.
Deel deze pagina
»
»
»