Door Jef van Gool
De natuurkrachten hebben zowel de echte geboorte van Harry Mulisch (vandaag tachtig jaar geleden) als zijn geboorte als schrijver begeleid. Op de vrijdag dat hij 'uit de Stille Oceaan werd opgevist,' zoals hij schreef in Mijn getijdenboek, kwam de Vesuvius tot leven.
"De kranten vermeldden niet of dat kwam door mijn geboorte of door Mussolini, die ook die dag zijn verjaardag vierde."
Al kwam hij in Haarlem ter wereld, toch was hij vanaf zijn geboorte on-Nederlands, zo zei hij donderdag in een interview met Arjan Peters in de Volkskrant.
"Mijn wezenlijke vaderland, dat is een sfeer, een land waarvan ik de enige inwoner ben, en waardoor ik me onkwetsbaar voel en nooit eenzaam."
Altijd schrijver
Op de dag van zijn geboorte als schrijver barstte boven Amsterdam een geweldig onweer los. Dat was toen hij (vijf minuten vóór de inschrijftermijn sloot) op de bel drukte van de secretaris van de Reina Prinsen Geerligs-prijs. Hij kwam het manuscript inleveren van Archibald Strohalm.
Toen de secretaris in pyjama aan de deur verscheen (het was ook letterlijk vijf voor twaalf), sprak hij de legendarische woorden: "Het kan niet anders of dit boek wint de prijs". De tekenen zouden hem niet bedriegen.
Toch was deze debuutroman niet het eerste van Mulisch dat in druk verscheen. In 1946 had hij al het verhaal 'De kamer' geschreven dat op 8 februari 1947 werd afgedrukt in Elseviers Weekblad.
Hij schreef het "vanuit het niets", zo zei hij in het interview met Peters. "Ik heb nooit schrijver willen worden - ik bleek het te zijn."
Klassiek drama
Hoe veelzijdig het oeuvre van Mulisch ook is, het wezenlijke onderwerp is toch steeds Mulisch zelf. Zoals de realiteit zich in zijn visie slechts laat kennen via het kunstwerk, zo geeft hij via zijn pen vorm aan zijn leven.
In 'Voer voor psychologen' verwoordde hij het zo: "In eenzaamheid, zoals alle alchemisten, heb ik tenslotte mijn magnum opus gevonden. Ik schrijf. Ik schrijf als een alchemist. Ik doe en ik word, - en deze twee zijn hetzelfde ding."
In zijn werk staat dan ook het gebeuren centraal dat hem als mens en als schrijver meer dan wat ook heeft gevormd: de oorlog.
Zijn eerste grote 'oorlogsroman' was 'Het stenen bruidsbed' (1959), een als een klassiek drama opgebouwde roman over een Amerikaanse tandarts die in de jaren vijftig een congres bijwoont in Dresden, de stad die hij in 1945 als boordschutter heeft gebombardeerd.
Ook in de reportage 'De zaak 40/61' (1962) - over het proces tegen Eichmann gaat het om schuld en verantwoordelijkheid.
'De toekomst van gisteren' (1972) is het verslag van een poging een roman te schrijven over een man die in een wereld waarin Duitsland de oorlog heeft gewonnen, een boek schrijft waarin Duitsland de oorlog heeft verloren. Waan en werkelijkheid ingenieus vervlochten binnen één constructie.
Aanslag
De roman die al zijn andere over de oorlog in de schaduw stelt, is 'De aanslag' (1982), waarvan de vijftigste druk nu is verschenen als een eenmalige gebonden jubileumeditie.
Door een toeval worden de leden van de Haarlemse familie Steenwijk betrokken bij een aanslag op een collaborerende politiechef. Bij wijze van represaille worden ze door de Duitsers geliquideerd.
Alleen de twaalfjarige Anton wordt gespaard. In vier verschillende episoden (in 1952, 1956, 1966 en 1981) wordt hij daarna geconfronteerd met het gebeurde en met de schuldvraag die eraan is verbonden.
'De ontdekking van de hemel' (1992) is het magnum opus van Mulisch. In de hemel wordt een plan gesmeed om het verbond tussen God en de mens ongedaan te maken.
Op aarde wordt iemand geboren om het testimonium terug naar de hemel te brengen. Deze omvangrijke roman van meer dan 900 pagina's is een ingenieus 'totaalwerk' waarin filosofie, natuurkunde, wiskunde, getallenleer, linguïstiek, architectuur en in het bijzonder ook de kosmologie worden verbonden met de algemene en met Mulisch' persoonlijke geschiedenis.
Apotheose
De initialen van de hoofdpersoon van 'De procedure' - V.W. ('dubbele v') van Victor Werker vormen een van de verdubbelingen in deze roman. Even lijkt het alsof deze microbioloog een procedure op het spoor is voor de volmaakte scheppingsarbeid.
Die lijkt een tweevoudige harmonie te vereisen: van de dubbele helix van het DNA, van vrouw en man bij het voortplanten, én van de rabbi en zijn assistent bij het toveren van een golem.
Maar zoals die laatsten hebben gefaald, zo moet Werker onder ogen zien dat zijn kind levenloos ter wereld komt. Deze met de Libris Literatuur Prijs 1999 bekroonde roman geldt als 'voer voor exegeten' én als apotheose van het oeuvre van Mulisch.
Hitler
Na zijn magnum opus en die apotheose schreef hij in 2001 met Siegfried een roman waarin hij symbolisch afrekende met zijn levenslange fascinatie voor de persoon van Hitler. Zijn alter ego, de gelauwerde schrijver Rudolf Herter, ontmoet een oud echtpaar, destijds in de Berghof diens persoonlijke bedienden.
Zij onthullen dat Hitler een zoon had, Siegfried, die hem voor een duivels dilemma plaatste.
Herter is te herkennen in Felix Opland, de auteur in 'De eeuwigheidskunstenaar' van Abdelkader Benali, de eerste in een serie van zes door het werk van Mulisch geïnspireerde novellen waarin collega-schrijvers een hommage brengen aan de Homerus van de Lage Landen.
De andere auteurs (wier novellen de komende weken verschijnen) zijn Doeschka Meijsing, Marcel Möring, Elsbeth Etty, A.F.Th. van der Heijden en Jessica Durlacher.
Deel deze pagina

»
»
»