Bush en Brown ontmoeten elkaar

Door NOS-correspondent Tim Overdiek

 

Het wachten is op een tandpasta-moment. Iets geinigs, of in ieder geval iets onverwachts waaruit blijkt dat het na een enkel nachtje slapen op Camp David vast wel goed komt tussen Gordon Brown en George Bush. Per slot van rekening hebben de Britse premier en Amerikaanse president geen keus: ze moeten met elkaar door een en dezelfde deur.

 

Vraagtekens zweefden ook boven het allereerste bezoek van Tony Blair aan George Bush. We schrijven februari 2001, en Bush is amper president. Kom gezellig logeren op Camp David, luidde de uitnodiging aan veteraan Blair. Het bleek zo intiem en saamhorig dat Bush zich op de persconferentie liet ontvallen dat beiden dezelfde tandpasta gebruikten.

 

Er viel een bizarre stilte onder het journaille, waarop Blair sprak: "Nu gaan ze zich vast afvragen hoe jij dat weet, George." En zo begon de lange politieke en persoonlijke vriendschap tussen twee ogenschijnlijke tegenpolen, die ineen smolten nadat Blair onmiddellijk Bush had gebeld toen op 11 september de WTC-torens waren ingestort.

Loyaliteit

Blair beloofde pal naast Bush te blijven staan, wat er ook zou gebeuren. Die loyaliteit kwam hem duur te staan toen Washington aanstuurde op de invasie van Irak. Londen kon de oorlogsmachine slechts afremmen, maar bij zijn achterban verspeelde Blair heel veel krediet. Hij zou in de publieke perceptie uitgroeien tot de willoze poedel van Bush.

 

Het is onwaarschijnlijk dat Gordon Brown zijn tanden laat zien als hij een copieus avondmaal en stevig werkontbijt geniet op het presidentiele buitenverblijf van de president. Wel zal hij onderstrepen dat niets de 'speciale relatie tussen de twee naties' in de weg staat. Het wederzijdse landsbelang gaat boven iedere persoonlijke voorkeur.

 

Winston Churchill was de eerste Britse premier geweest die op Camp David mocht komen logeren. Samen met Roosevelt (en Stalin) was de oorlogspremier het nazisme te lijf gegaan. Bush en Brown treffen elkaar eveneens in oorlogstijd, zij het met een subtiel verschil. Anders dan Bush spreekt Brown niet langer in termen van 'strijd tegen terreur'.

Criminelen

Aanslagen zoals onlangs in Londen en Glasgow ziet de premier tegenwoordig door een justitiële bril. Hij beschouwt ideologisch gedreven terroristen liever als ordinaire criminelen, en met die benadering breekt Brown met zowel Blair als Bush. Maar feit is dat Brown net zo'n grote voorstander was van de oorlog in Irak. Dat is nog steeds zo.

 

Toch sijpelden de afgelopen weken signalen naar buiten dat de regering-Brown een andere koers wil gaan varen. Vanuit diverse ministeries kwamen opmerkingen als 'we moeten niet langer zo'n hechte band met Washington onderhouden' en 'het is tijd om het boek Irak te gaan sluiten'. Ongetwijfeld wil Bush opheldering en garanties van Brown.

 

De Britse premier kan niet veel kanten op. De Amerikanen en Britten zitten voorlopig nog in hetzelfde schuitje. Maar anders dan Bush, die over Irak grote gevechten levert met het Congres, hoeft Brown zich niet veel zorgen te maken over zijn parlement. Blair had immers al een gefaseerde terugtrekking aangekondigd. Brown kan die versnellen.

Gevoelens

Dat laatste zal Brown zeker niet op Amerikaans grondgebied aankondigen, en al helemaal niet met gastheer Bush aan zijn zijde. Wat de buitenwereld later op maandag tijdens de gezamenlijke persconferentie wel zal zien en horen, is uiterlijke eensgezindheid over de historische en toekomstige verhouding die onder geen beding zal wankelen.

 

Maar achter die diplomatieke taal vol voorspelbare retoriek wordt natuurlijk gespeurd naar de werkelijke gevoelens. Die laten zich altijd verraden door de lichaamstaal. Hoe gedragen de twee zich naast elkaar? Spreken ze elkaar aan bij de voornaam, zoals Tony en George meteen deden? En belangrijker wellicht, wie poetst wiens tanden?

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio